Oeganda is hét land van de primaten. We nemen je mee naar het regenwoud, naar vulkanen en het ondoordringbare woud waar tientallen soorten apen leven; van de chimps, Golden Monkey's tot de beroemde en zeldzame berggorilla's. 

 Tekst: Angelique van Os | Fotografie: Henk Bothof

In Oeganda leven tientallen soorten apen, waarvan de zeldzame berggorilla de bekendste is. De chimpansees in regenwoud Kibale vormen een mooi startpunt. Het park heeft met 13 soorten de hoogste dichtheid aan primaten, zoals de zwart-witte colobus, bavianen, roodstaartapen en de grey-cheeked mangabey. Voor het spotten van apen is uiteraard een beetje geluk nodig evenals droog weer. Na een briefing over veiligheidsvoorschriften en regels (geen snelle bewegingen, geen nabootsen van geluiden, vijf meter afstand houden en wie verkouden is mag niet mee), vertrekken drie kleine clubjes van zes met een ranger. Via een walky talky is er onderling contact. Geruisloos, bijna sluipend worden takken en gladde kronkelende boomwortels ontweken. De ranger loopt kriskras door het regenwoud. In de verte klinkt na een kleine twintig minuten plots keihard gekrijs. Het geluid bezorgt even een schrikreactie, maar dit is geen agressief gedrag: de apen nodigen elkaar uit om vijgen te komen eten. De gids praat in de walky talky. "Volg mij", zegt ze fluisterend. Het geluid wordt harder en bijna automatisch gaan de neuzen omhoog, richting de metershoge bomen. Ze zitten ver weg, beschut achter een groen bladerdak. Af en toe bewegen de takken. Chimps spotten betekent geduld hebben, want de natuur laat zich niet regelen. Turend langs een aantal bomen verschijnt er plots een wandelend exemplaar, die vliegensvlug de boom in klimt. Een stukje verderop zitten twee mannetjes te luieren in een boom en knabbelen op een takje. De walky talky krast opnieuw, we gaan verder. Het andere groepje heeft een mannetje ontdekt dat bijna poserend op de grond zit. Na een aantal minuten heeft hij genoeg van zijn ‘paparazzi’ die op slechts drie meter afstand van hem staan. De climax volgt echter nog: na tien minuten lopen zit een groepje van vier chimps op een omgevallen boomstam. Er wordt druk onderling gevlooid, gekrabd en geknuffeld. Een uniek moment, want ondanks dat de mensapen dagelijks bezoek gewend zijn, stellen ze zich niet vaak zo kwetsbaar op.

 

Sierlijke slingeraars

De kleine Golden Monkey’s zijn minder bekend en makkelijk van dichtbij te zien. De goudkleurige beweeglijke aapjes (circa1100 in totaal) leven alleen in het zuidelijkste puntje van Oeganda, in het Mgahinga National Park. Dit park, omgeven door een laag bos, heide en de Virunga Vulkanen, verbindt Congo, Rwanda en Oeganda aan elkaar. Het is bekender vanwege de gorilla trackings, die vooral geliefd zijn in Rwanda. De vegetatie is weliswaar minder spectaculair dan Rwenzori of Bwindi, de Muhuvura, Mgahinga en Sabinyo vulkanen compenseren zonder meer het uitzicht met hun mystieke vormen. Wie een goede conditie heeft kan ze in een of twee dagen beklimmen en wordt verrast door de fraaie kratermeren op de top. De speurtocht naar de gouden aapjes is vergelijkbaar met een gorillatrack: spoorzoekers gaan vooruit en proberen de dieren te traceren. Het klimmen verloopt redelijk soepel; na zo’n twee uur zijn de dieren gevonden in de bamboezone, onderaan de voet van Mgahinga. Sierlijk dansen de middelgrote aapjes van de ene tak naar de andere. Soms gaat het even mis wanneer ze over de meters hoge bamboeplanten slingeren en er ineens een gat is. De dunne bladeren vangen de apen niet op, waardoor ze met flinke snelheid naar beneden razen. Hun lange staarten en armen bieden redding, en hop, even snel zitten ze in de volgende boom. Met een verrekijker zijn de bedrijvige dieren makkelijker te volgen.

Lucratieve business

Het absolute hoogtepunt onder de primaten, blijven de reusachtige berggorilla’s. Op zo’n tweeënhalf uur rijden van Mgahinga, langs de duizend meertjes van het heuvelachtige en groene Lake Bunyonyi, komt vanuit de laaghangende mist het ondoordringbare regenwoud van Bwindi op zo’n 2000 meter hoogte tevoorschijn. Van de 720 wilde gorilla’s leven er 320 exemplaren, bestaande uit negen families, in Bwindi. De Oegandese krant The Daily Monitor meldde half september 2012 dat de directeur van het Oegandese Toerismebureau, Cuthbert Baguma, kenbaar maakte dat het toerisme sindsdien verdubbeld is, van $440 naar $800 miljoen. De gorillatrackings bedragen hiervan 60%! Een lucratieve business voor de UWA (Uganda Wildlife Authority) en Oegandese regering. Bezoekers tellen minimaal $500 per persoon neer om een uur bij de vriendelijke reuzen te mogen verblijven. Toch is het geld het dubbel en dwars waard, niet alleen omdat het een lifetime experience is, tevens omdat het behoud van het 25.000 jaar oude woud behouden blijft. In het noorden van Bwindi is een klein onderzoeksteam die het sociale- en eetgedrag van de beesten bestudeert. Tot slot houdt de UWA met haar rangers toezicht op stropers en jagers. Probleem is echter dat de straffen voor wildcrimes te soepel en te laag zijn en corruptie veelal een rol speelt. In 2010 werd bijvoorbeeld een gorilla gedood door stropers, waarbij de daders werden vrijgelaten nadat ze slechts zo’n $40 boete hadden betaald. Absurd, natuurlijk. De regering werkt eraan om de wetten te veranderen en straffen te verscherpen. Daarnaast is de betrokkenheid en kennisoverdracht van de beesten belangrijk voor de lokale bevolking. Zo’n 5% van de parkopbrengsten wordt besteed aan lokale projecten als nieuwe scholen, watertanks en gezondheidszorg. Lokale gemeenschappen zien steeds beter in dat gorilla’s hen iets opleveren. Volgens ranger James Otekat is er een flinke voorwaartse sprong gemaakt; hij heeft in de afgelopen jaren geen tot nauwelijks gewelddadige incidenten meegemaakt bij zijn drie gorillafamilies, Nshongi, Mishaya en Kahungye die in Rushaga, het zuidoosten van Bwindi leven. Het betekent wel dat de families door dagelijks contact meer gewend raken aan mensen, maar de UWA gaat er secuur en respectvol mee om. Gorillavoorvechter Dian Fossey zou trots zijn als ze nog had geleefd. Otekat: “Het is een noodzaak om via toerisme de toekomst van de bedreigde dieren veilig te stellen. Gelukkig zijn er genoeg mensen die het geld er voor over hebben. En het is zo bijzonder, ik maak elke dag weer andere dingen mee.”

 

Hello mr. silverback!

Bij een gorillatrack gelden dezelfde regels als bij een Chimptocht. Bwindi is alleen een dichter woud, met metershoge bomen, soms glibberende ondergronden, steile wanden en smalle paadjes. De zoektocht varieert van slechts een half uur tot een uur of acht. Onze wandeling is redelijk pittig en gaat al snel off-road. De rangers creëren met grote kapmessen zelf hun weg, op aanwijzingen van de spoorzoekers die ze via de walky talky spreken. Verse sporen (mest, voetstappen en platgestampte gewassen) geven aan dat we net bosolifanten gemist hebben. Regelmatig klinkt er vogelgezang en soms een schreeuw van de zwart-witte colobus (franje) aap, verder is het stil. Het is een lange tocht, waarbij alle aandacht uitgaat naar de grond. Even niet opletten, kan een uitglijder veroorzaken. Na ruim drie uur lopen wordt het zwoegen beloond: de Nshongi familie is gevonden. Tassen en etenswaren blijven achter, camera’s gaan uiteraard mee. Geruisloos volgen we een voor een de trackers. Op z'n dooie akkertje kauwt een silverback (leider van de groep en ouder dan 15 jaar) op een blaadje, omringd door dichte begroeiing van een boom. Zijn kroost speelt en eet een paar takken verder, waarbij een van de vrouwtjes op haar rug een baby draagt. De apen zijn moeilijk zichtbaar, tot ze na een kwartiertje meer in beweging komen. Een jong mannetje klimt nonchalant omhoog en kijkt nieuwsgierig neer op zijn bezoekers. De silverback verroert zich een half uur nauwelijks, tot hij zich plotseling volledig naar zijn toeschouwers omdraait. Iedereen houdt zijn adem in. Ongelofelijk, wat zit hij dichtbij. Zijn poten verdwijnen bijna volledig onder zijn logge lichaam. “Dit is uniek, dit is de eerste keer dat ik een silverback zie die zich zo kwetsbaar opstelt in het bijzijn van mensen”, fluistert James Otkat. Wanneer zijn takje op is laat hij zich nonchalant voorover vallen en wordt opgevangen door een bed van bladeren. Een stukje verder nestelt hij zich in het platte gewas. Alsof de gorilla's weten dat het uur om is, nemen ze kort daarna afscheid en verdwijnen in het ondoordringbare woud. Het is waar, dat een gorillaontmoeting veelal ervaren wordt als het kortste uur uit een mensenleven; de tijd vliegt en de beleving maakt diepe indruk. Oeganda heeft hetzelfde effect: deze ‘kameleon’ is een parel in alle opzichten die bij thuiskomst al heimwee oproept.

ERHEEN

Vliegen: SA Brussels Airlines (Brussel) en KLM (Schiphol). Vliegtijd: 8 à 10 uur. Visum: te koop voor $50 op de luchthaven van Entebbe. Inentingen: gele koorts, hepatitis A & B, DTP, Buiktyfus en malariapillen. Klimaat: aangenaam warm, 20-30 graden. Regenperiode: verschilt per gebied, tussen okt-feb. Beste reistijd: juni-sept. Openbaar vervoer: af te raden, veelal zijn bussen of taxi’s bomvol en onveilig, geen land om op eigen houtje te ontdekken. Valuta: Oegandese shilling; in grote steden is de dollar ook bruikbaar.


Meer info: ugandawildlife.org. rwenzorimountainsguides.com en www.friendagorilla.org

Deze reis kwam mede tot stand dankzij Rungu Tours, (rungutours.com). Verder dank aan Swarovski Optik en Nikon Nederland (Roeland Koenen) voor het lenen van de Nikkor AF-S VR 200-400mm lens.

Lees ook: Oeganda, terug naar de bron deel I: de Rwenzori's en de tips over nationale parken.