DEEL I - De Rwenzori's

De Nijl vindt er zijn oorsprong, evenals de mens zijn ‘naaste’ verwanten. Oeganda is beroemd vanwege de zeldzame berggorilla’s, maar is veelzijdig qua wildlife, landschappen en vegetatie, zoals in de adembenemende Rwenzori Mountains. 

Tekst: Angelique van Os | Fotografie: Henk Bothof

Het busje schudt hevig alle kanten op. Snel sluit hij het raampje, vlak voor een stofwolk het zicht bedekt. Een inhalend volgepropt taxibusje (matatu) raast voorbij. Gids en chauffeur Gordon Mawanda moppert. Ondanks dat de Oegandees het soms onverantwoorde ‘wild westen’ gedrag van automobilisten en motorrijders gewend is, blijft het oppassen geblazen. Mawanda kent de routes op zijn duimpje; hij is al ruim dertien jaar werkzaam in de toeristenbranche. Sinds ruim vijf jaar runt hij samen met het Nederlandse echtpaar Rob de Lange en Mechtild Alferink het reisbureau Rungu Tours, gespecialiseerd in de ‘Parel van Afrika’.

Kleurrijk straatbeeld

“Zijn jullie klaar voor de ‘African massage’? vraagt Mawanda. Het avontuur van onverharde wegen begint kort na het verlaten van hoofdstad Kampala. De mensenmassa en het chaotische verkeer nemen af, terwijl afwisselende landschappen en dichtbevolkte dorpjes toenemen. Loslopende kuddes Ankole koeien – herkenbaar aan hun enorme hoorns- en geitjes barricaderen regelmatig de weg. Kinderen in schooluniformen zijn in alle vroegte lopend langs de berm te vinden. Wanneer ons 4-wheel drive busje voorbij rijdt, klinkt er luidkeels: ‘Muzungu, how are you?!” en zwaaien kinderen uitbundig. Er zijn steeds meer blanken die Oeganda bezoeken, maar in veel delen van het land trekken toeristen veel bekijks. Volwassenen zijn wat gereserveerder, focussen zich op hun werk: vrouwen dragen enorme houtstapels op hun hoofd, terwijl mannen per fiets grote matokestronken – bananen- de heuvels opduwen. Overal in het land heerst een vergelijkbaar straatbeeld. Dat geldt niet voor het landschap, dat verandert juist constant, van de heuvelachtige en waterrijke savanne van Murchisson Falls, het uitgestrekte en geïsoleerde Kidepo Valley, de groene theevelden rondom regenwoud Kibale Forrest, tot de hoge pieken van de Rwenzori Mountains, de robuuste Virguna vulkanen en het ondoordringbare woud van Bwindi. Oeganda is een groot sprookjesboek, waarbij zich op elke bladzijde een nieuw verhaal ontvouwt. Weliswaar is de een bekender dan de ander, zoals de mysterieuze geschiedenis en mythes over de oorsprong van de Nijl, die via Egypte uitmondt in de Middellandse zee. Afrika’s langste rivier stroomt vanuit het immense Victoriameer omhoog en ontspringt in de Victoria Nijl die 120 kilometer lang het geliefde park Murchison Falls doorkruist. De aders van de Victoria en Albert Nijl vloeien samen in het Pearsonkanaal, waarbij de Albert Nile opgaat in Soedan.

Mountains of the moon

Minder bekend zijn de in het zuidwest gelegen Rwenzori Mountains, grenzend aan de Democratische Republiek Congo. Dit nationale park (120 bij 50 km) vormt met haar 5109m hoogte, de derde hoogste en grootste bergketen van het continent. Groot verschil met de Kilimanjaro (Tanzania) en Mount Kenya (Kenia), is dat de ‘Mountains of the Moon’ slechts een kleine 1500 tot 2000 bezoekers per jaar heeft. Hoe is dat mogelijk? Volgens Ilischa Balrukku, al 28 jaar ranger annex kok en werkzaam voor de Rwenzori Ranges Guides and Escorts Association (RRGEA), komt dat enerzijds door slechte marketing en de fysieke moeilijkheidsgraad, anderzijds door de politieke onrust die het land teisterde. Begin jaren zeventig waren er veel reisexpedities en onderzoekers in het gebied. Het schrikbewind van Idi Amin maakte daar abrupt een einde aan. De vele burgeroorlogen en onrust met grensgebieden en rebellen rond Congo isoleerden de Rwenzori, een goudmijn voor stropers van olifanten, antilopen en knaagdieren. Balrukku:“Ik was onlangs in Duitsland en daar vragen mensen nog steeds naar Idi Amin. Ze hebben geen idee dat Oeganda sinds 2006 weer stabiel is. Mensen zijn wantrouwig, maar hier is rust. Er is veel veranderd in tien jaar tijd, nadat nog zo’n schurk, Joseph Kony uit Oeganda verdween. Het is belangrijk dat er filmploegen als de BBC de wereld laten zien wat voor uniek gebied dit is.”

Balrukku heeft in alle tien nationale parken gewerkt en de hoogste bergen van Afrika beklommen. De Rwenzori’s zitten in zijn bloed, zijn grootvader was een van de eerste dragers en zijn vader werkte ook in het park. “Er is geen vergelijkbare plek, bij elke 500 meter, elke kilometer verandert de vegetatie. Zelfs tussen de pieken van 4000 naar 5000 meter verandert de omgeving. Je zult verstelt staan. En neem regenkleding mee, want de weersomstandigheden zijn zeer onvoorspelbaar.”

We zijn benieuwd. Wanneer we een dag later onze eerste stappen in het park zetten, begint het al te plenzen. “Welkom in de Rwenzori”, zegt gids Lazarus Bwambale met een zure grijns en kijkt naar de grauwmistige lucht. Regenpakken en laarzen komen tevoorschijn, die na twintig minuten al doorweekt zijn. Startend op een hoogte van ruim 1600 meter, klimmen we half soppend naar boven. De Mahoma trail is sinds augustus 2012 in gebruik en vormt samen met het ‘oude pad’, de meest interessante maar ook pittigste van de acht verschillende trekkingsroutes van het uitgestrekte park. Beide paden komen na meerdere dagen klimmen uit op de eeuwige sneeuw van de bergen Baker (4843m), Stanley (4563), Speke (4890m) en Margherita (5109), waarvoor bergervaring is vereist.

 

Er is geen vergelijkbare plek, bij elke 500 meter, elke kilometer, verandert de vegetatie."

Ongerept woud

De rijke en afwisselende vegetatie waar Balrukku zo enthousiast over spreekt is inderdaad overweldigend. De eerste 300m zijn lang en steil. Het eeuwenoude natte bos vol tropische planten, klimmers, hoge struiken en metershoge bomen verandert na ruim twee uur lopen in een groot open veld vol enorme dichtbegroeide varens. Het smalle pad verdwijnt bijna in de groene planten-zee. Na zo’n honderd meter kronkelt het pad omhoog. Grote stappen. Het klimmen kost veel energie. De grond is glad; overal liggen bladeren op de grond. Even stoppen en op adem komen. Plots klinkt er een harde kreet in de verte, een mix tussen een krolse kater en een geit. Gids Bwambale legt zijn vinger op zijn mond en wenkt om naast hem te komen staan. “Er zitten daarginds blauwapen, zeldzame primaten. Pak je verrekijker. Zie je ze?”, vraagt hij. Via het loepzuivere Swarovskiglas valt een zwarte aap te zien met lange sierlijke staart en een blauwe gloed over zijn rug. Vanuit een boom tuurt hij van zo’n honderd meter aan de overkant onze kant op. Plots raast er een rode staart en vleugels voorbij. “Dat was een rood-blauwe Turaco”, roept de gids. Deze schuwe vogels komen alleen hier voor.“

We lopen door, in een dag willen we het tweede kamp bij het Mahoma-meer bereiken op 3300 meter. Dat is aanpoten en ruim zeven uur lopen, maar voor geoefende wandelaars en doorzetters te doen. Het ongerepte woud slingert via smalle paden omhoog, met uitzicht over haar alpen, bedekt door een waas van mist. Eindelijk klaart het op en breekt de zon door.

Waar paradijsje

De overgang naar het ‘mikado bos’ van bamboe is het begin van de tweede zone. De metershoge ‘stangen’ vormen een mysterieus stilleven, doordat vele planten zijn omgevallen. De lucht is nauwelijks zichtbaar, zo dicht is het bos. Vogelgezang neemt af, de stilte overheerst. Overal hangen lianensliertjes en het stevige bamboe is bedekt met bedjes van mos. De fijne blaadjes op de grond maken plaats voor blubberige drab. “Hier begint het Olifantenpad. Kijk uit, het is glad”, waarschuwt de gids. De schuwe bergolifanten reizen ’s nachts, maar laten met hun keutels en sterke geur duidelijke sporen achter. Ondersteund door een bamboestok ploeteren we ons door de glibberende modder. Kaplaarzen zijn hier onmisbaar. Even niet opletten betekent onderuitgaan…. “Nu ruik je in ieder geval lekker”, grapt de gids. Uit het niets verdwijnt het bamboe en verschijnen de sprookjesachtige Chionanthus virginicus, beter bekend als ‘Old man’s Beard’. De lange mosachtige draadjes doen denken aan een lange baard. Na een half uur verdwijnt het olifantenpad, steken we kleine riviertjes over en komen we uit aan de andere kant van de heuvel, waar de prachtige Rukenga vallei zich openbaart. Hoge moerasachtige grassen hebben de overhand, aangevuld door Old man’s Beard bomen. Her en der zijn de kleine eeuwig bloeiende bloemen (mimulopsis eliotti) te spotten en een aantal reuze lobelia’s pronken statig naar de horizon. De robuuste Lobelia bequaertii heeft een rozetachtige kraag en een diameter van zo’n 80 cm. Het is de enige soort met bijna komvormige schutbladen, die zo’n vijf meter hoog kan worden. Wie meer van de soms tien meter hoge planten wil zien moet een trekking doen van minstens vier dagen, want de lobelia’s bevinden zich tussen de 3700 en 4300 meter hoogte. Aan de rand van de vallei stroomt een alpenriviertje. Het lijkt het vredigste plekje op aarde, een waar paradijsje.

Bescheiden levenswijze

De laatste klim tot het tweede rustkamp is stijl en pittig. Moe maar voldaan gooien de dragers, die ons bepakt en bezakt hebben ingehaald, hun materialen neer. Even wat drinken en dan de tenten opzetten aan de rand van het Mahoma kratermeer. Onder de dragers is ook een vrouw, Gafina. Ze doet dit zware werk zodat ze het schoolgeld van haar drie kinderen kan betalen. Zeven jaar geleden overleed haar man en werd ze de kostwinnaar voor haar gezin. Per kwartaal betaalt ze per kind $70, wat een flinke opgave is voor een alleenstaande ouder. Waarom hertrouwt ze niet? “In Oeganda wordt van een vrouw die hertrouwt verwacht dat ze een kind baart voor haar nieuwe man. Aangezien ze al wat ouder is en drie kinderen heeft, ziet ze dat niet zitten”, vertaalt Lazarus Bwambale. Toch is de hardwerkende Gafina gelukkig: ze heeft haar kinderen en familie en dat is het belangrijkste. Ze is niet de enige, de bescheiden levenswijze is een belangrijk kenmerk van Oegandezen. Voor Westerlingen is een eerste kennismaking met het straatbeeld en de bevolking wellicht shockerend en armoedig, toch ogen de meeste mensen die in primitieve huisjes leven best gelukkig. Ze hebben voldoende voeding, een dak boven hun hoofd, werk en ze hebben elkaar. Zelfs de armste hebben een toekomst, zoals de huidige president Yoweri Museveni, bewezen heeft. Hij groeide op in een zeer arm gezin. Ook onze tourgids, Gordon Mawanda, deelt een vergelijkbare ervaring, waarbij vier van zijn zeven broers en zussen succesvol de universiteit afrondde. “Ik had vroeger nooit gedacht dat ik een eigen reisbureau zou runnen of dat mijn broer dokter zou worden. Wel was ik vastbesloten om iets te bereiken in mijn leven. Arme leerlingen die op school goed hun best doen en uitblinken in resultaten, worden omarmd. Ze ontvangen een studiebeurs en hebben voor hun afstuderen al uitzicht op een baan, zoals in mijn geval in toerisme.”    

Het afdalen gaat de volgende dag een stuk sneller, maar is verraderlijk. De paden zijn smal, rotsachtig en hebben grote aanslag op knieën en bovenbenen. Gelukkig is het droog. Terwijl Gafina ons vrolijk inhaalt, stopt ze plotseling en loopt vastberaden naar een groepje varens. Voorzichtig met haar wandelstok tovert ze een prachtige driehoornige kameleon tevoorschijn, een zeldzaam soort dat alleen hier voorkomt. Het laatste stuk, rondom de woeste rivier Kiohio, wordt de Monthone zone genoemd en doet denken aan een groene savanne; een open gebied vol lage struiken, aangevuld met eeuwenoude tropische bomen, een prachtige en verrassende afsluiting. Na zo’n vier uur lopen zit het erop en beamen we de legendarische woorden van ontdekkingsreiziger Douglas Freshfield: “Je mag bekend zijn met de Alpen en de Kaukasus, het Himalayagebergte en de Rocky Mountains, als je niet hebt rondgedwaald in het Rwenzorigebergte, valt er nog veel te ontdekken.”

 

Het afdalen gaat de volgende dag een stuk sneller, maar is verraderlijk. De paden zijn smal, rotsachtig en hebben grote aanslag op knieën en bovenbenen. Gelukkig is het droog. Terwijl Gafina ons vrolijk inhaalt, stopt ze plotseling en loopt vastberaden naar een groepje varens. Voorzichtig met haar wandelstok tovert ze een prachtige driehoornige kameleon tevoorschijn, een zeldzaam soort dat alleen hier voorkomt. Het laatste stuk, rondom de woeste rivier Kiohio, wordt de Monthone zone genoemd en doet denken aan een groene savanne; een open gebied vol lage struiken, aangevuld met eeuwenoude tropische bomen, een prachtige en verrassende afsluiting. Na zo’n vier uur lopen zit het erop en beamen we de legendarische woorden van ontdekkingsreiziger Douglas Freshfield: “Je mag bekend zijn met de Alpen en de Kaukasus, het Himalayagebergte en de Rocky Mountains, als je niet hebt rondgedwaald in het Rwenzorigebergte, valt er nog veel te ontdekken.”

Lees HIER deel II - Primaten van Oeganda                                                                                                                                                          Meer info: ugandawildlife.org|  rwenzorimountainsguides.com | friendagorilla.org

Deze reis kwam mede tot stand dankzij Rungu Tours, (rungutours.com). Verder dank aan Swarovski Optik en Nikon Nederland (Roeland Koenen) voor het lenen van de Nikkor AF-S VR 200-400mm lens.