Nieuw Zeeland

Nieuw-Zeeland, het land van ongereptheid en ruige natuur. Ruim vijf weken verbleef Angelique met haar gezin op het Zuidereiland en deelt graag een aantal tips annex fotoimpressies van de minder bezochte en onweerstaanbare natuurgezichten, van regenwouden, glooiende heuvels en alpen tot uitgestrekte stranden. 

Tekst & fotografie: Angelique van Os

Tip 1: Banks Peninsula, Akaroa

Na een lange reis van anderhalve dag vliegen, kun je even lekker bijkomen op het schiereiland Banks Peninsula, (circa anderhalf uur van Christchurch). Dit vulkanische landschap ligt aan de Oostkust van het Zuidereiland. Het pittoreske, van oudsher Franse stadje Akaroa, is zeker een bezoekje waard en staat bekend om haar dynamische marineleven. Het is niet zo uitbundig als het populaire Kaikoura waar de walvissen het beste gespot kunnen worden, maar ook hier kun je  boottochten maken, op zoek naar dolfijnen, pinguïns en zeerobben. Ik trek erop uit met het kleinschalige Akaroa Dolphins, die niet meer dan 35 mensen toestaan per trip. Ze kiezen er bewust niet voor om met dolfijnen te gaan zwemmen, maar ze van een afstand gade te slaan. Ze laten de dieren met rust. Maar ze krijgen wel hulp  bij het lokaliseren van de dolfijnen. Het vrolijke speurhondje Buster weet namelijk precies wanneer de zoogdieren in de buurt zijn. Zodra hij hun aanwezigheid opmerkt begint hij onrustig te trippelen op het dek en vraagt blaffend aandacht van de kapitein. En jawel, even later verschijnen puntjes boven het water en spotten we meerdere dolfijnen. Buster bedankt! Verder zie je op een dergelijke trip ook veel vogels en zeehonden. Een heerlijke middagbesteding.

Tevens kun je in dit heuvelachtige vulkanische gebied vol baaien prachtige dagwandelingen maken. Dat kan natuurlijk rondom de geliefde haven waar het in de zomer (december-februari) behoorlijk druk kan zijn, maar even buiten het stadje in de heuvels van Purple Peak en het Hinewai reservaat is het een stuk rustiger en het uitzicht is subliem. 

Tip 2: Golden Bay, Wharariki Beach

Wie het Zuidereiland bezoekt, ontkomt niet aan een van de grote highlights: Abel Tasman. Dit is het best bezochte nationale park van Nieuw-Zeeland, wat vooral te danken is aan de parelwitte stranden, de ydillische baaien en de beboste heuvels, die in het noorden overgaan in regenwoud en grenzen aan een van de grootste parken op het Zuidereiland, Kahurangi. Ik kies bewust om niet te gaan kajakken en wandelen tussen Marahau en Totaranui, dat in deze tijd van het jaar een komen en gaan is van watertaxi's, maar ik verblijf een stuk noordelijker in Pohara, een klein dorpje in the Golden Bay. Hier zijn geen watertaxi's te bekennen, het is dus minder druk en je kunt hier ook prima het water verkennen met je kajak.

Daarnaast is het genieten bij de kleinschalige campsite, The Secret Spot, gelegen in de heuvels even buiten het dorp. Dit initiatief runt Andrew met zijn vrouw Kim Lemeson, die naast zijn passie voor het 'wild camping gevoel', veel informatie deelt over zijn werk als DOC-beheerder (Department of Conservation) van het noordelijke gebied. Zo coördineert hij niet alleen het natuurbehoud, ook heeft hij de verantwoording over het marineleven, waarbij in 2016 een record aantal walvissen (650!) aanspoelden en er met man en macht ruim 400 zijn gered. Het was wereldnieuws.

Andrew kent het gebied dus op zijn duimpje en adviseert ons om de auto te pakken en in iets meer dan een uurtje rijden we naar het afgelegen Cape Farewell en Wharariki Beach, het noordelijkste puntje van de kustlijn. We gaan voor laatstgenoemde, want een verblijf in Nieuw-Zeeland betekent constant keuzes maken. Je kunt niet alles doen. We kiezen niet voor de korte, directe route naar het strand, maar maken een omweg langs en door de weilanden waar diverse schapenkuddes grazen. Na een klein half uurtje komt het pad uit in het weiland dat grenst aan een verrassende oase van exotische palmbomen en een pittoresk meertje waar vogels broeden en ronddartelen. Een stukje verder is een hek met daarachter een slinger-achtige bospaadje dat uitkomt bij een adembenemend strand, dat we lange tijd helemaal voor onszelf hebben. Hoewel, we hebben gezelschap van een zeehond  die op gepaste afstand de show steelt met rollen in het zand. Helaas kunnen we vanwege de opkomende vloed niet naar de andere kant van het strand lopen, maar dat heeft ook wel iets magisch, want dit is een waar paradijsje. Dit is de plek die Microsoft lang gebruikte als screensaver, en ik weet nu wel waarom.

Tip 3: Honeycomb Hill Caves, Operara Basin - Karamea

Een plaatsje dat vooral door de Kiwi's zelf steeds meer ontdekt wordt is Karamea. Internationale wandelaars bezoeken het gebied wel regelmatig vanwege de nabijgelegen Heapy Track, maar veel mensen gaan er niet naar toe vanwege de geïsoleerde ligging. Karamea ligt namelijk het meest noordelijk aan de Westkust, nabij prachtige stranden en omringd door het dichtbegroeide regenwoud van Kahurangi National Park. Een klein kwartiertje buiten het dorp, ligt na een half uur rijden diep in het woud de Operara Basin met haar grotten en enorme rotsbogen verscholen. Je kunt hier diverse wandelingen maken op eigen gelegenheid en trek daar minimaal een a twee dagen voor uit. De smalle onverharde weg ernaar toe is echter niet geschikt voor campers en bussen vanwege de vele gevaarlijke bochten en steile klimmetjes. Veel autoverzekeringsmaatschappijen dekken de kosten niet wanneer er hier iets gebeurt.

Een andere mogelijk in dezelfde omgeving is een bezoek aan het beschermde gebied rond de Honeycomb Hill Caves. Dit is een grottenstelsel van 200.000 jaar oud waar de grootste nationale omvang van (uitgestorven) vogelbotten en fossielen zijn gevonden, zoals de Moa en de reuze adelaar.  Je kunt hier vanwege de broosheid van de ondergrondse omgeving alleen naar toe in kleine groepjes van maximaal acht mensen onder begeleiding van een erkende gids (te boeken via het lokale informatiecentrum). Deze eeuwenoude grotten bevatten een gangenstelsel van circa veertien kilometer. Om er te komen wandelen we eerst een klein half uurtje door het sprookjesachtige oerbos, waar J.R.R. Tolkien inspiratie vond voor zijn beroemde Lords of the Rings Trilogie en waar achteraf een aantal bogen en grotten vernoemd zijn naar personages en locaties uit zijn boek. Zoals ook zichtbaar in het grootste nationale park van het Zuidereiland, Fiordland, vind je hier voornamelijk imposante varens en metershoge bomen van 800 tot 1000 jaar oud die volledig onder het mos zitten en waar allerlei nieuw leven uit ontstaat. Los van vogelgezang van de nieuwsgierige Bush Robin en Fantails en het zacht kletterende water, is het hier muisstil en staat er geen zuchtje wind. Voor de Honeycomb grotten, die pas in 1948 ontdekt werden door lokale jagers, dalen we enkele meters onder de grond af, waar zich een totaal andere wereld  openbaart. Het is een vochtige, donkere omgeving bestaande uit broos druipende lagen van geformeerd kalksteen, omlaag hangende stalactieten, de zogenaamde olifantenvoeten (dikke stalactieten) en omhoogstaande stalagmietenen en waar smalle zijtakken van de Operara rivier doorheen stromen. In de bekken van de grot zijn vele duizenden botten en fossielen van vogels gevonden. De theorie van diverse geologen en onderzoekers is namelijk dat vogels die eeuwen geleden steeds meer hun vermogen om te vliegen verloren omdat ze nauwelijks tot geen natuurlijke vijanden hadden en daardoor steeds meer transformeerden in loopvogels. Punt was dat vele nieuwsgierige loopvogels op zoek naar voedsel, veelal vast kwamen te zitten in de grot omdat ze hun vleugels niet meer gebruikten en er niet meer uit konden komen. Wanneer we onze hoofdlampjes uitzetten om het magische licht van gloeiwormen te aanschouwen wordt duidelijk hoe verstikkend donker het hier is. Wat moeten de dieren in paniek geweest zijn die hier vast hebben gezeten en een stille dood tegemoet gingen. Gelukkig vinden we gemakkelijk ons weg dankzij de zaklampen en komt het groene woud ons prachtig tegemoet wanneer we via een grote opening omhoogklimmen.


Dit was slechts een informatief voorproefje, lees HIER de reportage over de Honeycomb Hills.

Voor info & boekingen: Karamea Information & Resource Centre | Market Cross, Karamea| [email protected]| karameainfo.co.nz | 0064 (03) 7826 652|

Tip 4: Otago Rail Trail - 152 kilometer op de fiets

Wie het hart van de zuidelijke regio Otago wil ontdekken en daar de tijd voor neemt, komt goed aan zijn trekken door op de fiets te springen en langs tientallen pittoreske (voormalig goudmijn) gehuchten en dorpjes te rijden waar tot 1990 de trein van Dunedin naar Clyde langsreed. De trail die officieel een afstand beslaat van 152 kilometer, loopt van de plaatsen Clyde naar Middelmarch, want het laatste stukje naar Dunedin is nog in gebruik. Bijna zeventig jaar was de spoorlijn actief en zeer belangrijk voor handel en de verbinding van het plattelandsleven naar de grotere plaatsen. Sinds 2000 is het spoor veranderd in hoofdzakelijk gravelpaden en doorkruist prachtig gevarieerd landschap langs uitgestrekte vlaktes, glooiende groengele heuvels, ruige valleien en fiets je over metershoge bruggen en door donkere tunnels.

Het is soms wel afzien, want wie in de zomermaanden (januari- februari) fietst kan te maken krijgen met hoge temperaturen, stevige wind en of forse regenbuien. De herfst (april- mei) biedt vaak meer verlichting qua weersomstandigheden, want Otago staat bekend om zijn hete zomers.

Wil je nog wat meer avontuur, - en wij als fietsvolk zijn wel wat gewend natuurlijk-, start dan met de River track vanuit Clyde. Hierbij cross je met je mountainbike met flinke snelheid over hobbelige, smalle bospaadjes vol (scherpe) bochten tot de eerste stop, Alexandra. En het is een kleine tien kilometer om fietsen.

De kracht van de trail is overigens niet alleen het fraaie uitzicht, de locals hebben de tocht omarmd en dat zorgt ervoor dat je onderweg diverse country restaurants, cafés en uiteenlopende accommodaties tegenkomt, maar bovenal  vriendelijke mensen die graag een praatje maken en verhalen vertellen over hun leven en hoe het er vroeger aan toe ging.

Praktisch

Je kunt de tocht in maximaal vijf dagen doen, waarbij je bagage van begin tot 'eindstation'  wordt gebracht. Er zijn diverse aanbieders. Ik fietste de route in drie dagen met ShebikesHebikes. Zij bieden een zeer goede service en prima fietsen en dito tassen voor onderweg. Ondanks dat de trail al een tijdje bestaat en regelmatig wordt bereden, heeft het de massa (nog) niet bereikt. Het zijn vooral veel Kiwi's en Aussies die de tocht rijden, deels met hun gezin.

Voor meer info kijk hier.

 

Tip 5: Waiatoto River Safari 

 Nieuw-Zeeland is het land van de outdoor actie. Aan de westkust, in het afgelegen dorpje Haast, runt het echtpaar Wayne en Ruth Allanson kleinschalige watersafari’s met jet bootjes. In drie uur ontdek je het dramatische en afwisselende alpenlandschap Haast, dat is uitgeroepen als UNESCO erfgoed. Je scheurt en dobbert door de afgelegen wateren en maakt een korte wandeling in het stille, onaangetaste regenwoud. De nieuwe geavanceerde boten hebben een lage Co-2 uitstoot, waardoor ze weinig vervuiling opleveren. Overigens zijn Wayne en Ruth de enigen in de omgeving die een permit hebben om in dit gebied te mogen varen. Ze brengen je van het binnenland naar de zee en vertellen gepassioneerd over het gebied. Ook is Wayne een van de beschermheren van dit gebied, dus als natuurliefhebber ben je in goede handen. Meer info: riversafaris.co.nz | +64 3 7500 780

Lees ook een tiplijstje met heerlijke koffieadresjes waar je terecht kunt voor de Nieuw-Zeelandse Flat-White.