#Gaan-Hanne-Tersmette-Saskia-Lelieveld-zand

Boswachter Hanne Tersmette (30) komt graag op de Wadden, ons Neerlands eilandentrots vol rust, ruimte en bedrijvige vogels. In haar boek #GAAN neemt ze lezers mee de hort op door heel Nederland om de mooiste plekken in de natuur te ontdekken. “Ik hoop dat ik mensen prikkel en bewust maak om te kijken.”

Tekst: Angelique van Os

#Gaan-Hanne-Tersmette-Saskia-Lelieveld-uitzicht

#Gaan Hanne Tersmette
Foto: Saskia Lelieveld

Wie Hanne Tersmette een beetje volgt via haar populaire vlogs voor Natuurmonumenten of haar in actie heeft gezien als jurylid in het programma Boswachter Gezocht, weet dat het een gepassioneerde dame is met inhoud. Iemand die haar dromen najaagt en zelf het roer omgooide door de drukke en snelle reclamewereld te verruilen voor een no-nonsense baan als boswachter (communicatie & natuurbeleving) rondom het Naardermeer. Inmiddels werkt ze vijf jaar voor Natuurmonumenten en presenteerde onlangs haar boekdebuut #GAAN, de hort op met de leukste boswachter van Nederland. Als kind was ze al met haar zusjes en ouders regelmatig in bos en heidegebieden te vinden en maakten wandeltochtjes van vele kilometers. Die vroege aanraking in en interesse met de natuur heeft haar gevormd. In het boek wijst Hanne de weg en neemt haar lezers mee de buitenlucht in naar haar favoriete plekken in Nederland. Een toegankelijk geschreven en vooral persoonlijk boek, vol mooie foto’s opgedeeld in vijftien gebieden. Wij  zoomden in op hoofdstuk 10, de Wadden. En daar vertelt Hanne gretig over.

Het credo van je boek is om de mooiste plekken in de Nederlandse natuur te spotten. Als we voor onze special de Waddeneilanden belichten, wat zijn dan jouw favoriete plekjes en waarom?                  


“Ik ben groot fan van Schiermonnikoog. Het is het verste eiland en de kleinschaligheid vind ik prettig. Vooral in de winter is het er verlaten. Je krijgt het gevoel alleen op de wereld te zijn in de natuur met al die trekvogels. Fascinerend vind ik ook bunker Wasserman, die uit de Tweede Wereldoorlog stamt en op de hoogste duin staat. Ook vanwege de geschiedenis. Dat roept een vreemde sfeer op.

Texel dat dichterbij mijn woon-werkgebied ligt, bezoek ik al m’n hele leven. Als klein meisje ging ik er al graag een week naar toe op natuurkamp, een samenwerking tussen Staatsbosbeheer en Ecomare. We gingen garnalen vissen, wadlopen, door het bos fietsen en spoorzoeken. Ook de vogelboulevard vind ik super gaaf. Utopia heet het project. Hier broeden ongelofelijk veel grote sterns die voornamelijk afkomstig zijn van het onbewoonde eilandje Griend. Maar er is natuur ontwikkeld op de binnendijk, grenzend aan een polderachtig laag stuk land, waar schelpengruis is neergelegd. Hier broeden de vogels graag op, en ze zijn dan ook in grote getalen vanaf mei te bewonderen met hun uitkomende kuikens. Dat is een prachtig gezicht vanaf de fiets met de verrekijker in de hand. Zo richting augustus, september vertrekken de sterns weer.

Tot slot vind ik Terschelling een heel fijn en rustig eiland buiten het hoogseizoen. Ook daar verwonder ik me altijd over zoveel verschillende soorten vogels. Tijdens een vogelweekend zat ik uren te turen naar al die kleine strandlopers. Als er bijvoorbeeld een roofvogel voorbij vliegt dan zie je dat er paniek ontstaat en wanneer de dreiging afneemt gaan ze vervolgens weer verder scharrelen. Heel bijzonder, al die bedrijvigheid.”

 

Veel mensen weten wellicht niet dat het totale Waddengebied loopt van Den Helder tot en met Esbjerg in Denemarken en dus met 10.000km2 een grote oppervlakte bedraagt. En hoe belangrijk het spel van de getijden zijn voor met name de voedingstoffen van flora en fauna. Hierbij leg je in je boek helder uit wat de rol is van de getijden in samenhang met kwelders (begroeide stukken land die direct aan zee liggen), slenken (valleitjes die op hoger gelegen kwelders bij vloed volstromen met water) en platen en slikken (platen zijn kleine eilandjes. De slikken liggen meer richting de kwelders en zijn gevormd door slib). Achtergrondinformatie waardoor je als lezer een heel ander beeld krijgt van de werking van het getijde. Een boek dus ook vol opstekers, nietwaar?!  


“Ik heb erg op gevoel geschreven, waarbij ik soms iets meer elementen wilde uitleggen. Ik had het Waddenhoofdstuk af en na het teruglezen stelde ik mezelf de vraag of mensen wel een idee hebben van wat een kwelder of slik is. Om de natuur te begrijpen is het goed om het landschap te leren lezen, wat goed te doen is als je een idee hebt hoe Nederland in elkaar steekt. Met de heuvelrug, de zandgrond in het midden, rond Noord-Holland de veengronden…. Als je begrijpt op welke bodem je je bevindt en goed observeert, dan herken je steeds meer. Ik hoop dat ik mensen prikkel en bewust maak om te kijken.”

De Wadden omschrijf je als een wegrestaurant voor trekvogels, vanwege de uiteenlopende vegetatie van strand, water, duinen, bos en weilanden en de sterke dynamiek van getijden. Hoe groot is je voorliefde voor vogels?                                                                      


“Trekvogels vind ik fascinerend, zoals de kanoetstrandloper, dat ieniemienie kleine vogeltje van 25 cm dat zo’n 5000 kilometer aflegt zonder te eten. Dat zo’n beestje topfit is en dankzij zijn sterke spieren z’n ingewanden laat krimpen om zo min mogelijk gewicht mee te slepen. Hij leeft alleen op z’n vetreserves. Zodra hij de Wadden bereikt slurpt hij schelpen met schaal en al naar binnen en poept het gruis gewoon weer uit. Een topsporter. Trekvogels zijn hele harde werkers en ik vind het knap hoe ze elkaar terugvinden, hoe ze navigeren. Ik houd ook erg van groot wild, maar bij vogels mag ik graag mijmeren over wat ze hebben ze meegemaakt onderweg. Hebben ze storm gehad of veel regen? Hebben ze honger geleden? Het triggert mijn fantasie.”

Griend is het kleine onbewoonde eiland, waar duizenden vogels broeden, zoals kokmeeuwen en grote sterns. Wat maakt dit eilandje nog aantrekkelijker voor vogels om hun tussenstop te maken?


"Je zegt het al: het is onbewoond en daardoor ongelofelijk rustig. Dichtbij het eiland ligt een wadplaat waar veel voedsel te vinden is. Als het vloed is rusten de vogels op Griend en bij eb vliegen ze naar de plaat. Daarnaast zijn er geen roofdieren. Er staat slechts een wilg, dus ook van roofvogels hebben de vogels weinig last. Overigens zijn er tijdens het broedseizoen dagelijks twee vogelwachters die bezoekers monitoren en zo nodig wegsturen. Op gepaste afstand kun je er langs varen. Kortom, een Utopia voor vogels.”

 

 

#Gaan-Hanne-Tersmette-Saskia-Lelieveld

#Gaan Hanne Tersmette Foto: Saskia-Lelieveld

 

#GAAN! Boek Hanne Tersmette

Texel, Hanne Tersmette over slikken en slenken

Broedende Sterns, verslag van boswachter Hanne Tersmette

#Gaan-Grote-Stern-Luc-Hoogenstein-Hanne-Tersmette

#Gaan Grote Stern Luc-Hoogenstein HanneTersmette

Je schrijft ook over de gewone en de grijze zeehond. Wat heb je voor herinneringen als je bijvoorbeeld naar Texel ging, op zoek naar de ‘viswafwaffen’, zoals je zusje ze noemde?


“Haha, ik denk vooral terug aan het speuren vanaf de veerboot. Of we ergens een kop boven een golf uit zagen komen. Dat doe ik trouwens nog steeds. Als jong meisje ben ik op zeehondenexcursie geweest. Ik wilde heel dichtbij komen om ze te aaien, maar dan werd de boswachter heel boos, haha. Ik moest natuurlijk afstand houden en het zijn roofdieren, dus dichtbij komen ging niet door. Bij Ecomare is dat wel mogelijk, maar in het wild is natuurlijk het mooiste.”

 Al bladerend door het boek viel me op dat je ook graag paardrijdt. Wat zijn mooie plekken – los van strand en duinen- om met het paard te ontdekken op de Wadden?


“Ja, dat klopt. Ik heb een draver samen met m’n zusjes. Bij mij draaide alles vroeger om schaatsen en wielrennen. Ik was een tijdje topsporter. Maar ik maak ook graag buitenritten. Op de eilanden heb ik alleen op Terschelling gereden. Het is inderdaad heerlijk om over het strand te scheuren, maar ook de stukjes door het bos zijn tof. Het is net als mountainbiken: je moet rekening houden met bochtjes, laaghangende takken en hobbels op het pad. Geen specifieke plek, maar het gaat weer om de afwisseling van bos, heide, duinen en strand. Dat heb ik bij mij in de polder niet. De afwisseling vormt een mooi, aantrekkelijk decor.”

 

Je heb ook een tiplijstje. Ik word zelf enthousiast van de Droogvaltocht op het wad en kanoën naar zeehonden. Kun je er wat meer over vertellen?


“De Droogvaltocht heb ik meerdere keren gedaan. Ik hou van struinen, dus ik heb altijd de neiging om te gaan scheppen, op zoek naar wadpieren en kokkels. Vaak kom je wel in de buurt van zeehonden. Je moet wachten tot het vloed wordt, tot de boot weg kan. Je bent puur met de natuur bezig, dat vind ik mooi.  Het kanoën ging vanwege slecht weer niet door, dus die tip staat hoog op m’n verlanglijstje. Kan me voorstellen dat het een superleuke ervaring is om door de golfjes en stromingen te varen met uitzicht op zandbanken vol zeehonden.”

Tot slot, zijn er andere parels van je boek die je wilt uitlichten?


“In Zuid-Limburg woont de oehoe. Ik raad iedereen aan om dat beest een keer te gaan zien, dat is zo indrukwekkend. Ik heb de pluizige kuikens gezien. Een volwassen exemplaar kan een spanwijdte hebben van maximaal 1.88m (!). De vogels leven in de ENCI- groeve- die de naam Oehoevallei draagt-, vlakbij de St. Pietersberg. Deze berg is afgegraven, en daardoor zou je kunnen zeggen dat de natuur vernietigd is, maar de afgegraven berg biedt ook weer ruimte voor nieuw groen. Het is een on-Nederlands stukje, omdat het er rotsachtig en warmer is, door de kalkgrond heb je veel geeltinten en die mega mooie uil zit er.”



#GAAN van Hanne Tersmette kost €20,-. Meer info: levboeken.nl