Alleen op de wereld in ongerept surrealistisch Namibië

Het is doodstil. Geen zuchtje wind, geen vogels, geen ziel te bekennen. Maanlandschappen vol gruis, vlakke tableaus en imposante granieten rotsblokken wisselen elkaar af. Geen berg of zandduin is hetzelfde. Namibië is het land van ruimte en staat synoniem voor desolaat, ruig en overleven, en juist daardoor behoudt het haar authenticiteit.

Tekst: Angelique van Os | Foto’s: Henk Bothof

Vanuit het niets trapt hij op de rem. Gids Kallie Uararavi uit Namibië stopt de auto en stapt uit. Vragende blikken volgen hem. Hij loopt naar een kleine zandduin en wenkt na een paar keer met een stokje over het zand te hebben gestreken.“Kijk, dit is nou de entree van de Dancing White Lady, een giftige spin die met haar web een deurtje van zand weeft en daarmee haar 50cm lange tunnel afsluit.” Verbaasd kijken we elkaar aan. Hoe heeft hij dat in godsnaam kunnen spotten vanuit een rijdende auto? De sporen van de spin zijn minuscuul en het zanddeurtje is al evenmin nauwelijks met het blote oog zichtbaar.“Ik ga haar uitgraven, ze kan binnen een paar uur wel een nieuw huisje maken. Pas wel op want ze kan springen.” Kallie begint druk zand uit te graven en na vijf minuten glijdt de zandtunnel weg in de massa. Met een stokje zoekt hij de spin. Plots komen de eerste witte poten tevoorschijn.”Voila, is het geen plaatje?” Alsof hij zijn kat op schoot neemt, plaatst de gids de Dancing Lady voorzichtig op zijn hand, die zich met geen vin verroert.

Onherbergzaam gebied van Namibië

Kallie is een van de twee gidsen in het afgelegen Skeleton Coast Park, een onherbergzaam gebied dat in het noordwesten van Namibië ligt en 350.000 hectare grond beslaat. Namibië, dat aan de Afrikaanse zuidwestkust ligt, werd eeuwen onderdrukt door Duits, Brits en Zuid-Afrikaans bewind. Namibië scheidde zich pas af in 1990 van haar buurland. Het land heeft een oppervlakte ter grootte van Frankrijk en Groot-Brittannië bij elkaar, met slechts twee miljoen inwoners.

In het noordwesten is nauwelijks een levende ziel te bekennen. De toekomst van de concessie die door Wilderness Safaris gerund wordt is nog onduidelijk. De orga-nisatie is namelijk nog in overleg met de overheid of hun Skeleton Coast Camp gehandhaafd blijft voor gebruik van toerisme of dat het elders in het gebied wordt aangeboden. Het is in ieder geval wel mogelijk om met een privévliegtuig over het gebied te vliegen en buiten het park is het toegestaan om op eigen gelegenheid rond te trekken.

Wilderness is een grote touroperator binnen Zuidelijk Afrika, die samenwerkt met het Nederlandse reisbureau Untamed Traveling. Eerstgenoemde heeft voorna-melijk mensen uit Namibië in dienst die op een eerlijke en duurzame manier werken en vechten voor het behoud van flora en fauna. Zo hebben ze een eigen Children of the Wilderness en Wildlife Trust foundation waar met diverse partners wildlife projecten, educatief onderzoek en management wordt opgezet en uitgevoerd. De organisatie beheert verder dus de enige concessie in Skeleton Coast, die 200 km lang en 40 km breed is. Het is alleen per vliegtuig bereikbaar en de accommodatie heeft ruimte voor slechts twaalf gasten. Een vreemde gewaarwording, om zo mid-den in de woestijn te verblijven. Hier is water een luxe.

Duikvlucht 

Wie de zeeleeuwkolonies van Skeleton Coast (circa 7000 exemplaren) wil aanschouwen, kan dat alleen doen via de concessie. De kolonie van het lager gelegen Cape Cross, nabij Swakopmund, vormt eerder een toeristische attractie. Het Skeleton gebied is authentieker, maar moeilijker bereikbaar. Ruim drie uur lang rijdt de 4wheel drive jeep richting de kust, waar oneindige goudgele zandduinen opdoemen. Rijke mineralen, zoals het rode Vespa en beschermde Lichen plantjes leggen een indrukwekkende kleurendeken over dit uitgestrekte landschap van Namibië. En overal liggen geoxideerde basalten. De ene keer is het uitzicht vlak, de andere keer heuvelachtig. Ondanks dat de duinen niet zo hoog zijn als in het bekendere Sossus-vlei, is het een groot avontuur om over de ronde hellingen te rijden. Wanneer de auto stopt bovenop een duin, wijst de neus van de auto kaarsrecht naar beneden. Gelukkig, Kallie zet de jeep in zijn achteruit… Toch niet! Hij rijdt vervolgens vooruit. Met een hoek van bijna 90 graden zakt de auto als in een duikvlucht naar beneden. We slaken een gilletje van opwinding. Vooral de drie personen die bovenop de auto zitten, doen het bijna in hun broek. Kallie ligt in een deuk. “Haha, zo is het verrassingseffect altijd het grootste.” Veilig aan de grond, rijdt hij op zijn dooie akkertje verder naar de volgende duin. De gids kent alle geheimen van de duinen en weet precies hoe de auto reageert.“Toch moet je hiermee oppassen, want door de wind kan een duin per dag veranderen. Op jaarbasis is dat zelfs 2 tot 15 meter. Als je niet nauwkeurig genoeg bent, kan de auto zo onder je wegzakken en remmen is funest. Vorig jaar is er in het zuiden een ervaren ‘duinrijder’ omgekomen. Het zand kan heel verraderlijk zijn.”

Springen en spetteren

Uiteindelijk is de woeste kustlijn van de Atlantische oceaan in zicht. De witte schuimkoppen slaan wild tegen de rotsen aan, terwijl duizenden bruine zeeleeuw-en relaxt liggen te zonnen op het strand. Zodra ze de auto’s in de gaten hebben schieten ze een voor een het water in. Slechts twee keer per week krijgen ze men-selijk bezoek, waardoor ze ondanks hun nieuwsgierigheid op afstand blijven. Wilderness wil zo min mogelijk de rust van de dieren verstoren en hanteert daarom een strikt protocol.

Een uitgebreide picknick met heerlijke salades en gekruid vlees met uitzicht op de spelende zeeleeuwen voelt als een ware traktatie. Er zijn veel jongen die half springend en spetterend hun bezoekers gadeslaan. Triest is wel dat er ook tien-tallen jonge dieren dood op het strand liggen.“De ouders gaan veelal een paar da-gen vissen en blijven te lang weg voor hun kroost, die omkomen van de honger. Ze zijn een makkelijke prooi voor hyena’s en jakhalzen”, aldus de andere gids, Godlot Hawaxab.

On track

Terug in het binnenland van Namibië ontvouwt zich een heel ander schouwspel. Kilometers lang volgt er een maanlandschap vol gruis en wisselen vlakke tableaus en imposante granieten rotsblokken elkaar af. Hoge kloven grenzen aan de droogliggende brede Hoanib en Hoarusib rivieren. Namibië is het land van ruimte en contrasten, want geen berg of zandduin is hetzelfde. Wie wild wil zien, kan beter buurland Botswana bezoeken. Rond de rivierbeddingen zijn wel enige schuwe woestijnolifanten, Hart-mann’s mountain zebra’s, struisvogels, giraffen, antilopen, jakhalzen, en met geluk hyena’s en katachtigen te spotten. Deze dieren hebben zich aangepast aan de woeste wetten van de natuur. Zo weet de nationale trots, gemsbok Oryx, water uit de grond te graven of vochtige mist te drinken via gewassen. Woestijnolifanten lopen zelfs gemakkelijk 70 kilometer op een dag, op zoek naar voedsel en water.

Modderpoeltje

Al ruim drie uur volgt Kallie dan ook het spoor van de kudde. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg, de kans om olifanten te zien is slechts 30 procent. De gids rijdt vastbesloten door. De keutels en voetsporen worden verser. De ‘African massage’ van de schokkende auto neemt toe vanwege grote de rotsblokken die de bodem van de droge rivier bedekken. “Stop!”, roept fotograaf Henk Bothof. Aan de voet van een berg zit een jonge struisvogel vast in een modderpoeltje. De fotograaf aarzelt niet; doet zijn broek, sokken en schoenen uit en springt samen met de gids-en in de blubber om het dier te redden. De jonge vogel is volledig uitgeput en laat zich vrij gemakkelijk oppakken en schoonwassen. Kallie en Godlot denken dat hij het wel redt. Z’n ouders zijn al met de verrekijker in de buurt gespot. Drie man sterk tillen ze het dier op en brengen hem een stukje verder in veiligheid. Terwijl de helden de warme modder van zichzelf afschrapen en vervolgens in de auto stap-pen, is de struisvogel in beweging gekomen. Weer een goede daad verricht.

namibie-skeleton-coast-struisvogeljong-zandput
Even opdrogen en dan weer de natuur in.

Missie geslaagd

Nog altijd is er geen olifant te bekennen. Kilometers lang rijdt de jeep in de bran-dende zon van Namibië door. De walky talky begint te brommen. Godlot’s stem klinkt opge-wonden: “We hebben ze gevonden! Het is een groep van zo’n negen olifanten.” Eindelijk wordt de lange tocht beloond. Ondanks de droogte is er voldoende voedsel voor de olifanten, dat voornamelijk bestaat uit struikgewassen. De bees-ten hebben zich daarnaast door de eeuwen heen aangepast aan het beperkte water en redden zich een aantal dagen zonder vloeistof. Hun slurven en staarten zijn langer dan de Afrikaanse en Indische soortgenoot, hun oren anders van vorm en hun bouw is wat compacter. Eén exemplaar heeft blijkbaar jeuk en begint ponti-ficaal zijn achterste aan een boomstronk te schuren. De kudde verplaatst zich langzamerhand verder naar een voller begroeit stuk van de rivierbedding. “We missen de bulls. Er moeten nog zeker twee mannetjes zijn”, zegt Kallie turend door zijn verrekijker. Op gepaste afstand rijdt hij langs de kudde. Om de hoek komen de mannetjes van de groep tevoorschijn, druk kauwend op Acaciatakken. Missie geslaagd en stilletjes genieten.

Save the Rhino 

Nog zeldzamer dan de woestijnfoliant, is de zwarte neushoorn. Het prehistorische dier is met geluk te zien in het minder bekende Damaraland, dat zo’n 200 kilometer boven Swakopmund ligt. Het Palmwag landschap bestaat uit een heuvelachtige savanne, tafelbergen en inactieve kraters, omringd door geelgroene woestijnval-leien die vol staan met de giftige Milkbush, een veelvoorkomende struik.

Het compacte Desert Rhino Camp van Wilderness bestaat sinds 2003 en is onder-deel van de Palmwag-concessie die een omvang heeft van 1365 km2. In het park zijn meerdere zwarte neushoorns te vinden. Vanwege de nog altijd actieve stro-pers zijn de belangenorganisaties voorzichtig met het prijsgeven van het aantal dieren die in het volledige Palmwag gebied leven. National Geographic toonde in een artikel aan dat in 2011 ruim 400 zwarte neushoorns in Zuidelijk-Afrika zijn gedood vanwege hun waardevolle hoorns. 

namibie-skeleton-coast-woestijnolifanten
Na uren zoeken, hebben we de woestijnolifanten gevonden.

Gelukkig gaat het beter met de neushoorns in Damaraland. Daar is de populatie verdubbeld ten opzichte van begin jaren’80, toen Wilderness de handen ineen sloot met het Save The Rhino Trust (SRT) en het Ministerie van omgeving en toe-risme. Lokale spoorzoekers Martin Nawaseb, Denzel Tjiraso en Victor Useb van het SRT, monitoren de neushoorns dagelijks. Ze hebben de beesten namen gege-ven en afgestemd met Wilderness dat gasten slechts vier keer per week een speur-tocht mogen bijwonen op gepaste afstand. Met een jeep rijden ze rond een van de vier waterpoolzones waar ze op onderzoek uit gaan.“Kijk, hier is een vers spoor. De afdruk is diep en zonder vegen. De tenen wijzen richting het noorden en de mest is vers”, zegt Martin wijzend naar de grond. “Zie ook deze afgebroken tak. Hier is kort geleden een neushoorn geweest.” Terug in de auto volgen ze langs het hobbelige zandpad het spoor, totdat het kris kras verdwijnt in het hoge gele grasveld. Victor en Denzel springen uit de auto. Beiden lopen een kant op en checken aan de vorm van de sporen welke richting ze op moeten. Beetje bij beetje krijgen ze er grip op. Na een uur grist Victor naar zijn verrekijker: “Hij moet hier in de buurt zijn. Ja, kijk daar aan de rand van het struikgewas!” Enthousiast stappen de trackers in de auto en rijden richting het imposante mannetje, dat Ben heet. Wanneer een Rhino na-melijk op de vlucht slaat, haalt hij gemakkelijk een snelheid van 70 km, ze nemen geen risico om het kwijt te raken. “Dit is een agressieve jongen, we moeten voor-zichtig zijn”, fluistert Denzel. Op zo’n 100 meter afstand ruikt de neushoorn het naderende gezelschap en loopt met grote passen ons tegemoet. “In de auto, nu!”, roept Victor tegen de gasten wanneer de neushoorn op slechts 60 meter de jeep nadert. Martin zorgt voor een afleidingsmanoeuvre door een stuk verderop in het veld te gaan staan. Ben stuift op slechts 40 meter afstand woest op hem af en schraapt met zijn poten in het zand. Martin staat doodstil. Hij weet precies hoe het dier reageert en dat hij na een paar dreigende bewegingen de benen zal nemen. Toch stijgt de adrenaline, want de kolos is erg dichtbij. Na een minuut geeft hij het op en gaat er inderdaad op een drafje vandoor. Wat een ervaring! Wanneer Ben’s silhouet aan de horizon verdwijnt, noteren de spoorzoekers zijn kenmerken.

Broedplaats

Terug in het camp schuift Wilderness manager, natuurconservator en bovenal avonturier Chris Bakkes, aan tafel. Hij runt vijf locaties in Namibië. Na diverse jobs als (anti-stroop) ranger bij onder meer het Zuid-Afrikaanse Kruger park en zwer-vend door Zuidwest-Afrika nadat hij zijn arm had verloren door een krokodillen-beet, richt hij zich volledig op het behoud van de parken.“Weet je, het grootste probleem in Afrika is dat het wild te weinig ruimte krijgt. Het gaat niet om de soorten die er leven, het gaat om de leefomgeving die beschikbaar is of gecreëerd moet worden. De zwarte neushoorn, olifanten en cheeta’s hebben grote leefopper-vlakten nodig. Eén neushoorn beweegt zich op zo’n 10.000 hectare land. We heb-ben hier in Namibië 1,4 miljoen hectare, dus gelukkig is dit een goede broedplaats. Een goede habitat is de toekomst, daardoor overleven diersoorten. Gelukkig ligt de tijd van dieren afschieten achter me. Ik wil niet terug naar het Kruger of Etosha. Het is een zoo. Dit is de échte wildernis. Hier zijn geen hekken of asfaltwegen. Dit is puur natuur.”

De Zuid-Afrikaan erkent wel dat commerciële parken belangrijk zijn en gecon-serveerd moeten blijven. Het dient alleen een ander doel, dat hij niet ambieert. Jarenlang moest hij vanwege overpopulatie bepaalde dieren doodschieten. “Het is vreselijk, als ranger schiet je meer wild dood dan dat je hulp biedt. Als er in bepaal-de gebieden te weinig leeuwen zijn, dan komen er teveel springbokken of zebra’s. De natuur raakt uit balans. Hier wordt echter te vaak misbruik van gemaakt. Het afschieten van wild is makkelijk geld verdienen. Hier jagen we niet. Wilderness verdient geld met duurzaam toerisme en draagt milieubehoud een warm hart toe. Ze leasen het land van de regering waarbij ze de verantwoordelijkheid dragen over het behoud daarvan.”

Vele gezichten van Namibië

Een andere ‘wildernis’ is verder in het zuiden van Namibië te vinden. Vooral vanuit de lucht is dat goed zichtbaar. Voorbij de imposante Brandberg, de hoogste top (2573m) van het land, verandert de omgeving in oneindige woestijnheuvels. Hoe meer de kust-lijn nadert, des te vlakker het gebied. De eerste scheepswrakken verschijnen aan de vloedlijn. De woestijn vloeit over in de golvende zee, als een vereniging tussen lichaam en ziel. De Namib woestijn schijnt met haar 80 miljoen jaar de oudste ter wereld te zijn én met 50.000 km2 het grootste nationale park van Afrika. Eigenlijk bestaat het park uit drie gebieden: de Namib-Naukluft, het Namib Desert Park en het aangrenzende Sperrgebiet. Laatstgenoemde was de diamantenconcessie van De Beers, sinds 1908 verboden gebied. Nu is het omgedoopt tot een exclusief nationaal park dat voor een zeer beperkt publiek toegankelijk is.

Het nationale park heeft vele gezichten. Het duingebied rondom Sossusvlei kleurt rood en abrikoosachtig, aangevuld met witte zoutpannen. Hier zijn de hoogste zandduinen ter wereld te vinden, zoals Duin 45. De berg is 390 meter hoog en een uitdaging voor wandelaar en kitesurfers. Sossus is afgeleid van de Afrikaanse Nama-taal en betekent plaats waar water samenkomt. Vlei staat voor meer. Beiden verwijzen naar de sporadische regens die samenkomen in de Tschauchab Rivier en blijven staan in de droge vlei. De kleiachtige grond bloeit hierdoor op met diverse gewassen.Het zand van de duinen bestaat grotendeels uit silicium. De rode gloed is afkomstig van een dun laagje ijzeroxide. Via de oostenwind wordt het zand aangevoerd vanuit de Kalahari. Dankzij de koude luchtstroom van de Atlantische Oceaan is plantengroei mogelijk. Ondanks dat Sossusvlei 50 kilometer landin-waarts ligt, bereikt de nevel van de ochtendmist de woestijn en biedt het genoeg water voor springen gemsbokken”, aldus gids Willie.

Surrealistisch schilderij

Terwijl toeristen met auto’s en bussen staan te dringen voor de hoofdingang, is er geen hond te bekennen bij de privé-ingang van de schitterend gelegen Little Kulala lodge naar het park. De eerste zonnestralen kleuren de duinen roodbruin. De weg blijft leeg tot vlak voor Deadvlei, de zoutpan die bijna duizend jaar geleden een aftakking vormde van Sossusvlei. Na een korte wandeling door de duinen verschij-nen de kale donkerbruine takken van de eeuwenoude Acacia- en Kameeldoorn-bomen. Willie vertelt dat de dode bomen ondanks alle droogte al die jaren over-eind staan vanwege wortels die diep onder de grond zitten. Om half acht ’s och-tends is het doodstil. Geen zuchtje wind, geen vogels, geen ziel te bekennen. Deze plek, met haar gebarsten kleigrond -liam sand- doet denken aan een surrealistisch schilderij van Salvador Dali. Het uitzicht vanaf een van de naastgelegen duinen over het ‘dode meer’ is spectaculair. In het verlengde van Deadvlei, ligt namelijk Cayonvlei, waar vooral de gelaagdheid van steen en mineraal zichtbaar zijn. Hier, op het randje van de duin, wordt pas duidelijk hoe groot de vleien zijn en hoe immens het gebied is. Al wandelend door het mulle zand over de hoge rand, ver-schijnen achter de bergen de eerste hordes toeristen in de verte.

Na een korte wandeling door de duinen verschijnen de kale donkerbruine takken van de eeuwenoude Acacia- en Kameeldoornbomen. Willie vertelt dat de dode bomen ondanks alle droogte al die jaren overeind staan vanwege wortels die diep onder de grond zitten. Om half acht ’s ochtends is het doodstil. Geen zuchtje wind, geen vogels, geen ziel te bekennen. Deze plek, met haar gebarsten kleigrond -liam sand- doet denken aan een surrealistisch schilderij van Salvador Dali. Het uitzicht vanaf een van de naastgelegen duinen over het ‘dode meer’ is spectaculair. In het verlengde van Deadvlei, ligt namelijk Cayonvlei, waar vooral de gelaagdheid van steen en mineraal zichtbaar zijn. Hier, op het randje van de duin, wordt pas duide-lijk hoe groot de vleien zijn en hoe immens het gebied is. Al wandelend door het mulle zand over de hoge rand, verschijnen achter de bergen de eerste hordes toeristen in de verte.

Slechts veertig kilometer verder landinwaarts is het contrast wederom groot. De zandduinen zijn vervangen door rijk begroeide gele en ruwe heuvels met in de verte het Naukluft Gebergte. Willie rijdt omhoog, en volgt een romantisch slinger-weggetje dat uitkomt bij een door rotsen omringde vallei. Het cliché, ‘alleen op de wereld’ rolt hier gemakkelijk over de lippen. In de vroege de ochtendzon rijst het onaangetaste land tot ver aan de horizon, waarbij al haar kleuren tevoorschijn komen. Gehypnotiseerd door dit mysterieuze landschap lijkt de tijd stil te staan. Dit is het ‘echte’ Afrika: geen stress, geen agenda, geen verplichtingen. Alleen rust.

Namibië Praktisch

Erheen

Boek vanaf Schiphol of Brussel een ticket naar Frankfurt voor een overstap naar hoofdstad Windhoek. Wij vlogen met Air Namibia. Deze maatschappij biedt diverse nachtvluchten zodat na aankomst in de ochtend, tijd bespaart wordt met doorvliegen of het huren van een auto. Namibië is per (4wheel) auto goed berijdbaar, maar houd er rekening mee dat bij panne of gebrek aan ben-zine, het lang duurt eer er hulp komt. Het reizen is ook veilig. Er is slechts 1 uur tijdsverschil. 

Vanwege de enorme afstanden en afgelegen gebieden, zijn kleine Cessna vliegtuigjes het makkelijkste vervoersmiddel. Er zijn vijf, tien of vijftien per-soonsvliegtuigen beschikbaar, veelal verbonden aan touroperators. Zo heeft Wilderness Safari’s ook haar eigen airline. De kisten vliegen dagelijkse routes. De noordelijke kuststrook van Skeleton Coast is bijvoorbeeld alleen per vlieg-tuig te bereiken. Het is een bijzondere ervaring om het landschap in al haar vormen te aanschouwen op slechts honderd meter hoogte.

Verblijf    

Little Kulala                                                              

Op hoog niveau vertoeven van luxe kan bij Little Kulala. De natuurlijke mate-rialen van het restaurant en de elf aparte lodges zijn stijlvol aangepast op haar oogverblindende omgeving. Al dinerend op het terras is het genieten van struisvogels, springbokken en jakhalzen die enkele tientallen meters verderop de waterpoel bezoeken. Ook al dobberend vanuit een privéjacuzzi, lounchbank en deels glazen slaapkamer is het uitzicht op de savanne prachtig. Tot slot maken de heerlijke keuken en vriendelijke staf het verblijf tot een ware oase.

Desert Rhino Camp         

Damaraland, ca 30km van Palmwag. Het panorama van de open vallei vol gele gewassen en Etendeka bergen op de achtergrond vormt vanaf de houten veranda een schilderachtig tafereel. De acht canvas tentlodges liggen midden in de natuur en hebben chique en-suite eco badkamer.

Voor informatie en boekingen over de lodges en reizen in Namibië zie: Untamed Travelling, (0031) 0487 540367.

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door Untamed Travelling (met veel dank aan Trees Piersma en Jozef Verbruggen), Wilderness Safaris, Namibia Tourism Board en Air Namibia.

TAGS

Vond je dit artikel leuk? Share it with the world!

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on email
Email

Lees meer verhalen en tips

Cape pangolin- Wildlife

Bescherming schubdier centraal in WWF-campagne

Het schubdier (pangolin) is het meest illegaal verhandelde zoogdier op aarde. Het …

Lees meer
camping-buitenland-mongoolse-yurt Outdoor

Tip Nederland: Buitenleven proeven in ontstress-hutten

‘t Buitenland is allesbehalve een gewone camping. Je slaapt er in Mongoolse …

Lees meer
jack-wolfskin-gadgetary-tas-vliegtuig Testtip

Testtip: Gadgetary Black Jack Wolfskin

Tekst: Angelique van Os | Foto’s: Henk Bothof Voor globetrotters zijn kleine …

Lees meer
nepal-chitwan-vulture-program Reistips

Nepal wildlife tip: Jatayu gieren restaurant

Gieren zijn niet de prachtigste of vriendelijkste vogels. Ze hebben een wat …

Lees meer