De Medici, Godfathers van Florence

Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: Florence en de Medici. De beroemde familie speelde bijna drie eeuwen een sluw politieke spel dat ze tot grote hoogten bracht. Ze maakten zichzelf onsterfelijk als opdrachtgevers van grote meesters als Michelangelo, Brunelleschi, Botticelli, Filippo Lippi, Vasari en Leonardo . Hun artistieke nalatenschap leer je het beste kennen door hun paleizen en buitenhuizen te bezoeken, zoals de Palazzi Riccardi, Vecchio, Pitti en Villa La Petraia. Daar proef je de rijkdom van een uitgestorven uitzonderlijke familie, die na vierhonderd jaar in Florence nog altijd springlevend is.

Tekst & fotografie: Angelique van Os

florence-villa-petraia-fruitbomen
Villa Petraia

Het is stil in de smalle straatjes die kronkelend steiler worden en tot de heuvels van Monte Morello reiken. Af en toe raast een Vespa voorbij en na het volgen van een meterslange grijze muur doemt het hoge ijzeren hek van Villa La Petraia op. Na een korte steile klim komen de koele boomschaduw van Florence me tegemoet. Op de heuvel pronkt de villa aan de horizon, met uitzicht over ‘haar’ stad, Florence. In de verte steekt Brunelleschi’s koepel hoog boven alles uit. La Petraia was een van de vele buitenhuizen van de Medici, de beroemde familie die tijdens de Renaissance over Florence heerste. Even buiten de stadsmuren van Florence bezat de dynastie elf villa’s en elders in Toscane nog eens dertien! In 1544 kwam het huis in bezit van hertog Cosimo I en bleef tot halverwege de zeventiende eeuw in de familie. Daarna ontfermden de Lotharingers en Vittorio Emanuele II van Savoye zich erover. La Petraia is een van de best bewaarde huizen van de Medici. De fraaie symmetrie en terraslagen van de zestiende-eeuwse tuin, voorzien van vijvers, een fontein, kruidenplanten en fruit-bomen, sluiten perfect aan bij het sobere en statige gebouw. Achter de geblin-deerde ruiten van de entree schuilt echter een wereld van pure schoonheid. De vierkante binnenplaats is voorzien van prachtige decoraties, een enorme kroon-luchter en overkapt door een glazen koepel die de Savoyes er in 1872 op lieten plaatsen voor de bruiloft van zoon Emanuele di Mirafiori.

Pr-middel

Ondanks de ingrepen van latere eigenaren, ademt het huis de geest uit van zijn bouwheer. Wie de Medici leert kennen, weet dat hun artistieke rijkdom symbool staat voor macht. De omarming en financiering van grote kunstenaars bleek een ideaal pr-middel, wat ook andere rijke families en geestelijken toepasten in bij-voorbeeld kerken. Mede vanwege hun oprechte interesse in kunst en wetenschap, bleken de Medici verantwoordelijk voor ontelbare belangrijke werken uit de Renaissance. In La Patraia liet Cosimo’s kleinzoon, Lorenzo (1599-1648), de loggia’s van de imposante hal vereeuwigen met prachtige fresco’s. De schilderingen zijn getiteld Fasti Medicei(1637-46) en verwijzen naar de triomfen uit de familie-geschiedenis. Zo verbeeldde Baldassarre Franceschini ‘Il Voterrano’ onder meer de ontmoeting tussen paus Leo X en Frans I van Frankrijk, de overwinning van Cosimo I op Siena en Catherina en haar kinderen. Het is een adembenemend schouwspel waar je met open mond naar blijft staren. Cosimo Daddi (1590) decoreerde de hal die onder andere de overwinning op Jeruzalem verbeeldt. De vertrekken zijn even-eens oogstrelend. Het interieur en meubilair van de diverse kamers zijn voorname-lijk neoklassiek. De oude kapel (1589-94) is rijk gedecoreerd door Bernardino Poccetti met engelen en het levensverhaal van Christus. Daddi beschilderde het plafond met de Verheerlijking van de heilige Geest. Vanaf het open balkon op de eerste verdieping kijk je wederom uit op de binnenplaats die een centrale plek inneemt. Wat een entree, en dit is slechts het begin.

“Achter de geblindeerde ruiten van de entree schuilt een wereld van pure schoonheid”

Smaakmakers

In Florence zijn overal voetsporen van de Medici terug te vinden, zoals hun familiewapens op vele gebouwen. Om die voetsporen te volgen kun je het beste starten in Palazzo Medici Riccardi, dat hun eerste ‘familieoptrekje’ was. Hier vonden drie generaties, omringd door loyale vrienden en kunstenaars, hun onderkomen. Dit relatief sober en klassiek ogende palazzo, ontworpen en gebouwd door Michelozzo di Bartolomeo (1444) in opdracht van Cosimo Il Vecchio (de Oude), is met zijn drie verdiepingen tellende voorgevel een van de eerste pro-totypes uit de Renaissancearchitectuur. De zalen en kamers zijn voornamelijk ingericht in barokstijl door de latere bewoners, de Riccardi familie, maar de Medici hebben voortreffelijk hun signatuur achtergelaten. Naast Michelozzo’s fraaie binnenplaats met sierlijke arcades en medaillons van Donatello, vormt de  Driekoningenkapel het absolute hoogtepunt. Omdat dit paleis wat minder bekend is bij toeristen, kan het zijn dat je de kapel helemaal voor jezelf hebt. En wat een voorrecht is dat! De fresco’s van Fra Angelico’s leerling, Benozzo Gozzoli, doen sprookjesachtig en exotisch aan. De drie muren vertellen het verhaal van de tocht van de drie koningen naar Bethlehem en zijn dusdanig overdadig gedecoreerd, dat je bijna gehypnotiseerd raakt door de onuitputtelijke details. De volle kleuren, de rijkdom van goudgestikte stoffen, de sierlijke lijnen van mens en dier en de romantische heuvellandschappen, brengen het schouwspel volledig tot leven. Het altaar-stuk, een kopie van De Aanbidding van het Kind door Fillipo Lippi, maakt de kapel af. Uiteraard barst het tafereel van de symboliek, want wie goed kijkt herkent aan de oostelijke muur diverse gezichten van de Medici. De jongste koning is een portret van Lorenzo (Il Magnifico). In het gevolg achter hem zijn zijn vader Piero, die de fresco’s heeft laten uitvoeren, en Cosimo de Oudere, te herkennen. De portretten vertegenwoordigen de groeiende economische en politieke macht van de familie. En dat was belangrijk, want deze ruimte diende mede als ontvangsthal voor belangrijke figuren die regelmatig over de vloer kwamen.

Pracht en praal

Slechts tien minuten lopen vanaf het eerste huis, ligt aan het levendige Piazza Della Signoria, het imposante Palazzo Vecchio (het oude paleis). In de veertiende eeuw was dit het belangrijkste gouvernementele gebouw en diende als zetel van de Signoria, het republikeinse bestuur. Ook zetelde het Italiaanse parlement er korte tijd toen Florence van 1865 tot 1870 hoofdstad van Italië was. Het oude stadhuis, dat nog steeds zijn functie vervult, werd in 1322 gebouwd. Zijn 94 meter hoge klokkentoren diende als uitkijkpost om vijandige troepen tijdig op te merken en de bevolking te waarschuwen. Het paleis kwam rond 1540 in handen van Cosimo I, die zijn huisarchitect en schilder, Giorgio Vasari, de opdracht gaf plafonds en muren te voorzien van bombastische fresco’s en schilderingen. Dat is hem voor-treffelijk gelukt, want hoewel Palazzo Vecchio minder aanzien heeft dan de Uffizi of Palazzo Pitti, valt er genoeg te ontdekken. Zodra je de Salone dei Cinque- cento (Zaal van de Vijfhonderd, 1495) binnenstapt, word je overvallen door imposante veldslagen, die de overwinningen van de Medici verbeelden op Pisa en Siena, gebeurtenissen in Florence weergeven en allegorieën uit Cosimo’s leven vertellen. Ik krijg bijna kramp in mijn nek van het omhoog staren naar de 39 panelen in het plafond. In de middelste plafondcirkel wordt de opdrachtgever zelf gekroond door een engel die Florence verbeeldt. Vasari liet de zaal met maar liefst acht meter (!) verhogen en rondde samen met zijn leerlingen de schilderingen binnen drie jaar af. Voor de muurschilderingen staan diverse sculpturen, zoals Michelangelo’s  Overwinning.

In de appartementen van paus Leo X worden zijn voorouders nog meer geëerd. De privévertrekken van Cosimo’s vrouw, Eleonora van Toledo, hebben naast fraaie plafonds en met zijde beklede muren ook fraai meubilair, zoals een typisch Florentijns kabinet van pietre dure (met stenen inlegwerk) met een fraaie afbeelding van La Petraia. Elenora’s rijk gedecoreerde kapel door Agnolo Bronzino (1540-45) is eveneens een pareltje. Ik wandel in gedachten over alle pracht en praal langs de salons van de Elementen en mythische verhalen op de tweede verdieping en kom uit in het oudste gedeelte, bij de Sala dell’ Udienza (de vergaderkamer van de zes Priori), die een plafondomlijsting heeft van puur goud. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt de Sala dei Gigli, met Donatello’s dreigende Judith als middelpunt, omringd door wanden van zijden blauwe lelies. Waardige afsluiter vormt de Geografische kamer, met een indrukwekkende houten globe en gedetailleerde wereldkaarten. Cosimo I vond Palazzo Vecchio echter niet waardig genoeg om gasten te ontvangen, op naar Palazzo Pitti!

‘Cosimo en zijn gezin hadden veel vijanden en daarom liet hij Vasari een privégang bouwen van bijna een kilometer lang, die van de Uffizi over de Ponte Vecchio tot Palazzo Pitti loopt’

Privécorridor

Om de duizelingwekkende inhoud van Palazzo Pitti te aanschouwen, krijg ik hulp van gids Samantha Para. Zonder gids of voorbereiding zie je door de bomen het bos niet meer in dit immense museum met haar overdadige kunstgalerijen. Terwijl een flinke regenbui ons dwingt een paraplu te kopen, vertelt Para me al lopend over de geschiedenis. Het palazzo is vermoedelijk gebouwd door Brunelleschi voor Luca Pitti, die de heerschappij van de Medici wilde overtreffen. De rijke handelaar ging echter bijna failliet aan de kosten van het onafgebouwde stulpje. Na zijn dood in 1473 verkocht zijn familie het in 1550 aan Eleonora van Toledo. Plots stoppen we midden op de Ponte Vecchio. De gids vertelt een interessant detail waar je zonder het te weten zo voorbij loopt. Ze wijst omhoog naar de zijcorridors van de Uffizi, die Cosimo I liet bouwen door Vasari. Destijds diende de Uffizi Galerij als kantoor voor zijn regeringsdoeleinden. Cosimo en zijn gezin hadden veel vijanden en daar-om liet hij Vasari een privégang bouwen van bijna een kilometer lang, die van de Uffizi over de Ponte Vecchio tot Palazzo Pitti loopt. Zo was het mogelijk om zich ongezien en veilig te verplaatsen. Opvallend is dat de Ponte Vecchio één van de weinige bruggen is die gespaard is gebleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gerucht gaat dat de Nazi’s de doorgang gebruikten als vluchtroute en dat zelfs Hitler en Mussolini elkaar daar veilig troffen. Aan de andere kant van de Arno, zie ik in mijn ooghoek constant de privé-gang opduiken. De route loopt dwars door tientallen huizen.

Officiële audiënties

Vanuit een smalle straat duikt vanuit het niets het immense Palazzo Pitti op. Het is moeilijk voor te stellen dat dit optrekje voornamelijk diende als hotel voor bijzon-dere gasten, speciale gelegenheden of voor officiële audiënties. Samantha Para vertelt bijvoorbeeld dat de imposante binnenplaats van Bartolomeo Ammannati, die vanaf de eerste verdieping uitkijkt op de prachtige Boboli tuin, werd omge-toverd in een spectaculair waterbassin voor de bruiloft van zoon Ferdinando I en zijn Koninklijke Franse erfgename Christina van Lotharingen. De binnenplaats werd tot zo’n drie meter hoog gevuld met water, waar zeeslagen nagespeeld werden ter ere van het bruidspaar die er permanent ging wonen. Het echtpaar verbleef hoofdzakelijk op de eerste verdieping in de linkervleugel. Hun kinderen zaten een verdieping hoger. Gedurende twee eeuwen was Pitti het onderkomen van de laatste Medici-nazaten. Daarna leefden er vele verschillende bewoners aan het hof: van de Lotharingers, tot de Savoye dynastie. Met name Elisa Bonaparte heeft er flink huisgehouden, vertelt mijn gids.“Elisa vond de Italiaanse kunst maar niets en verwoestte vele fresco’s. Ze liet helaas diverse kamers overdoen in over-dadig Neoclassicistische stijl.” Het Pitti werd dus constant verbouwd en uitgebreid en heeft qua interieur daarom vele verschillende gezichten.

Groen sprookjeshof

Ondanks het slechte weer, dat langzamerhand opklaart, besluit ik toch verder de tuin te verkennen. De paden zijn opvallend steil en variëren van breed tot smal. Niet echt aantrekkelijk voor mensen die slecht ter been zijn. In tegenstelling tot het paleis is het hier juist wel leuk om onvoorbereid rond te dwalen en te kijken waar je uitkomt. Het groene sprookjeshof telt ruim 45 hectare en is oorspronkelijk ontworpen door Niccolò Tribolo, die in opdracht van Cosimo I ook verantwoorde-lijk was voor de tuin van Villa in Castello (vlakbij Petraia). Via een zijweg loop ik langs het koffiehuis, dat er droevig bijstaat door het grauwe druppende weer. Voordeel is dat het rustig is in het park. Ik loop omhoog tot ik via een beschut paadje bij een wenteltrap uitkom. Mijn nieuwsgierigheid wordt beloond met een prachtig uitzicht. Voor me ligt het Porselein Museum met haar Giardino del Cavaliere: een exotische en bloeiende rozentuin, omringd door een adembene-mende groene vallei. Het museum werd onder meer door kardinaal Leopoldo De’ Medici gebruikt als ontvangstzaal voor wetenschappers. Nu zijn er exposities van kostbaar porselein, hoewel het fraaie servies het niet wint van het uitzicht op Florence. Ik ga terug naar beneden en kijk via verschillende lagen terrassen uit op het verlaten amfitheater en de achterkant van het Pitti.

Ik wijk verder af naar rechts en kom uit bij de rechtervleugel van het gebouw. De donkere lucht hangt dreigend boven de stad die opdoemt vanaf dit uitkijkpunt. Een stukje terug loop ik over de Cipreslaan, met haar fraaie Romeinse beelden, ruim vijfhonderd meter steil naar beneden. Sla hier vooral een zijstraatje in, want juist de dichtbegroeide laantjes laten je dwalen door de tuin en uitkomen op romanti-sche hofjes of binnenperkjes. De grand finale vind je aan het einde van de laan bij de sierlijke fontein en beeldengroep Vasca dell’Isola, dat dus een eilandje is. Let wel op, de fontein is alleen in mei en juni te bezichtigen.

De Palatijnse kunstgalerij, met grootse werken van Titiaan en Rafaël tot Rubens en De Palatijnse kunstgalerij, met grootse werken van Titiaan en Rafaël tot Rubens en Caravaggio, overspoelt de zintuigen. Para vertelt nog een leuk detail bij het portret van Tommaso Inghirami (1510), die bevriend was met Paus Leo X. “Zie je dat Tommaso’s linkeroog wat afwijkt? De man schijnt nogal scheel te hebben geke-ken. Raphael wilde zijn opdrachtgever realistisch portretteren, maar niet beledigen door hem alleen van de zijkant te schilderen. Daarom heeft hij hem omhoog laten kijken, zodat zijn volledige gezicht zichtbaar is, en zijn oog minder op de voorgrond ligt.” De kunsthistorica vertelt het ene na het andere verhaal. Ze wijst bijvoorbeeld op de kleine deurtjes die verweven zijn in de muren. Dat waren de entrees met daarachter gangenstelsels en kamers voor de bediening. Er is zoveel te zien dat we niet eens toekomen aan de moderne kunstgalerij op de tweede verdieping. De kamers zijn dusdanig rijk gedecoreerd en volgehangen met schilderijen dat het me duizelt voor de ogen. Ik ben toe aan frisse lucht. Via de linkervleugel van de indruk-wekkende Boboli-tuinen dalen we af naar beneden. Boboli verwees in de zestiende eeuw naar beboste gebieden en kreeg zodoende haar naam. Evenals in de kunst, waren de Medici een van de eerste rijke families die de Italiaanse tuinarchitectuur op de kaart zetten en als rolmodel dienden in Europa. Verstopt in een hoek ligt de Grand Grotto van Bernardo Buontalenti (1583-87), die volgens Para de eerste aanzet vormt tot de Barok. De grot heeft ook weer van die zoekplaatjes die sym-bolisch verwijzen naar De Medici. Pietro Mati verzorgde het interieur, wat bijna grotesk aandoet met de vreemde sponsachtige kleivormen die figuren en dieren voorstellen. De fresco’s zijn veel later toegevoegd door Bernardino Poccetti (1886-87). Wanneer het hard begint te plenzen, schuilen we onder de gevel en zie ik een klein zijdeurtje. Tot mijn verbazing is dit de deur van Vasari’s privécorridor. Konden we daar maar achter gluren…

Laatste rustplaats

Na de overlading van Palazzo Pitti en haar magnifieke Bobolituin, neem ik afscheid van de Godfathers van de Renaissance bij hun laatste rustplaats: San Lorenzo en de Medici Kapel, waar bijna alle familieleden begraven zijn. Eerst-genoemde parochiekerk is een van de belangrijkste en oudste gebouwen uit de Renaissancearchitectuur en staat symbool voor de geschiedenis van de Medici. Brunelleschi herbouwde de kathedraal in opdracht van Giovanni rond 1418,en Michelangelo ontwierp ruim een eeuw later de façade, evenals de bibliotheek waar manuscripten van de familie bewaard werden. Helaas is de bibliotheek dicht en kan ik nog steeds niet de beroemde Maniëristische trappen aanschou-wen. Maar er is genoeg te zien, San Lorenzo barst van de kunstschatten, van Donatello en Fillippo Lippi tot Agnolo Bronzino. Vervolgens loop ik naar buiten, langs de drukbezochte toeristenmarkt, waar ik via een zijingang toegang krijg tot de kapel. De metershoge Cappella dei Principi, waar alle ‘prinsen’ begraven liggen, is al even indrukwekkend als de palazzi. De enorme koepel van Buonta-lenti is het kleine zusje van Brunelleschi’s koepel. De oppermachtige Cosimo I gaf in 1604 het startsein voor het mausoleum om zijn familie te eren. Het resul-taat is verbluffend: de hele ruimte bestaat uit marmer en pietre dure in diverse kleuren en motieven, aangevuld door Romeinse beelden met de enorme tom-bes als middelpunt. Via een zijdeur loop ik Michelangelo’s Nieuwe Sacristie binnen. Na zijn voltooiing van de Sixtijnse Kapel was paus Leo X zo overdon-derd, dat hij Michelangelo de opdracht gaf om zijn voorouders te eren. Het was de grootste uitdaging sinds zijn David, wat Michelangelo een dubbel gevoel moeten hebben opgeleverd omdat hij zich tegen de Medici had gekeerd. Desalniettemin vormt de beeldengroep (1520-34) rondom de graftombes een van zijn meesterwerken, zoals de allegorische vrouwenfiguur De Nacht. Terwijl ik alle indrukken van de afgelopen dagen op een rijtje zet, realiseer ik me dat de cirkel rond is: op slechts een steenworp afstand van Palazzo Medici Riccardi, waar hun rijkdom zichtbaar werd, eindigt mijn Medici speurtocht. En dat terwijl nog zoveel ‘voetsporen’ van de ‘Signori del Rinascimento’ te ontdekken zijn….

florence-boboli-tuinen-uitzicht
florence-boboli-tuinen-uitzicht-stad
Vanuit de Boboli Tuinen kijk je van de achterkant van Pallazo Pitti zo uit over Florence.

De Medici & hun kunstnalatenschap in een notendop

Cosimo’s kleinzoon, Lorenzo ‘il Magnifico’ (1449-1492), trad in groot-vaders voetsporen en had een moderne kijk op het leven. Hij onder-steunde bijvoorbeeld vernieuwde ideeën en mythologische thema’s van Sandro Botticelli. Eveneens richtte de connaisseur de eerste kunstop-leiding op in 1488. Daar ontdekte hij het uitzonderlijke talent van de dertienjarige Michelangelo Buonarroti, over wie hij zich ontfermde. Michelangelo groeide op tussen erfgenamen Giovanni (paus Leo X), en neef Giulio (paus Clemens VII), die hij later wegens hun dictatuur veraf-schuwde en de rug toekeerde. Zijn ongeëvenaarde David was in 1504 klaar en werd na de overwinning van de republiek het symbool van een onafhankelijk Florence, een vrije stad zonder Medici-heerschappij. Toen Florence in een economische crisis belandde, werd Giovanni na tien jaar ballingschap wederom omarmd. Hij betrad de heilige stoel in 1513 en werd als een held ontvangen, want niemand weigert de paus.

Cosimo I was de laatste Medici-telg die ervoor zorgde dat Florence het culturele middelpunt werd van Italië en hij was de eerste die een mach-tig leger leidde. Ook hij voerde een streng bewind, dat hem vijanden, tegenslagen en oorlogen opleverde. Hij stichtte de beroemde Galleria in het Palazzo Pitti en Giorgio Vasari, een leerling van Michelangelo, werd zijn rechterhand op kunstgebied.

Het succes van de familie begint bij Giovanni di Bicci (1360-1429) en diens zoon, Cosimo ‘Il Vecchio’ (de Oude, 1389-1464). Begin 1400 investeerden ze met hun bankiershuis op sluwe wijze in loyale klanten met een sterk politiek netwerk, tot zelfs de hoogste macht in Rome. Naast het financiële en politieke succes investeerden vader en zoon zoveel mogelijk in kunsttalent, mede om hun (internationale) aanzien te vergroten. Cosimo tolereerde de opstandige karaktertrekken van kunstenaars, zoals de opvliegende Fillipo Brunelleschi, rokkenjager Fillipo Lippi of de destructieve Donatello. Hij gaf ze ruimte en nam risico’s, waardoor zeer innovatieve kunst tot stand kwam. Cosimo’s kennis van en interesse voor de klassieke oudheid was dusdanig groot, dat hij Brunelleschi uitdaagde om met elementen uit de klassieke oudheid – die ruim duizend jaar niet waren toegepast – een ongeëve-naarde koepel te bouwen voor de kathedraal van Santa Maria del Fiore. In 1436 slaagde zijn ‘mission impossible’, wat hen beiden wereldfaam bracht.

In 1737 stierf echter de mannelijke bloedlijn van de Medici uit. Vanaf die tijd grijpt Lotharinger Frans Stefan de macht in Toscane en ligt hij en zijn familie op de loer om de kunstschatten van de dynastie over te ne-men. Anna Maria Luisa, een van de laatste uit de Medici bloedlijn, had hierover een vooruitziende blik. Ze sloot hiervoor een slim pact, waarbij ze de volledige nalatenschap van haar familie schonk aan Florence. Een onschatbare uiting van liefdadigheid, want stel je eens voor hoe de stad er had uitgezien als het in verkeerde handen was gekomen.


Praktisch

Erheen: 

diverse vluchten rechtstreeks via Florence airport of een uurtje met de trein via Pisa.

Verblijf: 

Hotel Palazzo Vecchio *** | Via Cennini 4 | hotelpalazzovecchio.it Va. €100/120 p.p.p.n. | Ideale ligging, naast het centraal treinstation. Sfeervolle kamers (nr. 22) met uitzicht op de duomo.

Villa La Petraia:

Via della Petraia 40 | Openingstijden: afhankelijk per seizoen. Gemiddeld tussen 8.15-16.30 uur; ma. gesloten. Kosten: gratis. Elke 45 minuten is er een begeleid bezoek met Italiaanstalige (!) gids. De Villa ligt 8 kilometer buiten het centrum en is prima met de bus te bereiken. Busvertrek: elke tien minuten vanaf Piazza Adula/Via Fiume (naast het treinstation). Tickets: te koop bij kiosken of in de bus.| Buslijnen: lijn 2 richting Calenzano of nummer 28 richting Volpaia. | Halte & route: Sestese 4. Loop een stukje terug en ga naar links. Loop dit zijstraatje uit en sla weer linksaf, volg vanaf daar de bordjes. Het is circa 1 km lopen.

Andere tip: Villa In Castello (Via di Castello 47). Ook lopend vanaf Petraia te bezoeken.

Palazzo’s

Medici Riccardi: 

Via Carvour 1, (ingang bij nr. 3)| Openingstijden: 9.00-19.00 uur; woensdag gesloten| Kosten: €5/€7 (bij exposities). 

Vecchio: 

Piazza Signoria|Openingstijden: 9.00- 24.00 uur; do 14.00 uur.|Kosten: €6

Pitti & Boboli tuinen: 

Piazza Pitti 1| Kosten: €8,50 (voor paleis en twee musea) €11,50: voor alles, drie dagen geldig.  

Medici Kapel: 

Piazza Madonna degli Aldobrandini| Openingstijden: 8.15-16.50 uur, ma. gesloten| Kosten: €6

San Lorenzo: 

Piazza San Lorenzo|Openingstijden: 10.00-17.00 uur, 1/3- 31/10, zondag: 13.30-1700 uur|Kosten: €3,50/ €6 + toegang tot de bibliotheek.|Openingstijden: 8.15-18.50 uur; ma. gesloten

Bronnen & interessante literatuur voor verdieping (te koop bij diverse musea):

  • Agon gids voor Florence, door Eve Borsook, uitgeverij Agon, 1988 (te koop in Nederland)
  • The Medici, Story of a European Dynasty , door Franco Cesati, La Mandragora, 1999
  • Dvd: I Medici, Signori del Rinascimento, Cinehollywood, 2007 (in het Engels)
  • Pitti Palace, all the museums, all the works , door Marco Chiarini, uitgeverij Sillabe, 2001
  • The Medici Villas, door Isabella Lapi Ballerini, uitgeverij Giunti, 2006

TAGS

Vond je dit artikel leuk? Share it with the world!

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on email
Email

Lees meer verhalen en tips

Cape pangolin- Wildlife

Bescherming schubdier centraal in WWF-campagne

Het schubdier (pangolin) is het meest illegaal verhandelde zoogdier op aarde. Het …

Lees meer
camping-buitenland-mongoolse-yurt Outdoor

Tip Nederland: Buitenleven proeven in ontstress-hutten

‘t Buitenland is allesbehalve een gewone camping. Je slaapt er in Mongoolse …

Lees meer
jack-wolfskin-gadgetary-tas-vliegtuig Testtip

Testtip: Gadgetary Black Jack Wolfskin

Tekst: Angelique van Os | Foto’s: Henk Bothof Voor globetrotters zijn kleine …

Lees meer
nepal-chitwan-vulture-program Reistips

Nepal wildlife tip: Jatayu gieren restaurant

Gieren zijn niet de prachtigste of vriendelijkste vogels. Ze hebben een wat …

Lees meer