Senegal: swingende ritmen en hartelijke mensen

In Senegal is het dagelijks leven onlosmakelijk verbonden met muziek. Het land kent vele traditionele instrumenten die kenmerkend zijn voor de cultuur en levensstijl. Journalist en muzikant Rik van Boeckel keerde dertig jaar na zijn eerste bezoek terug naar het muziekrijke land met de Senegalese percussionist en griot Moussé Dramé als zijn gids en liet zich onderdompelen in het muzikale en culturele leven.

Tekst & fotografie: Rik van Boeckel | Eindredactie: Angelique van Os

toubab-dialo-rik-van-boeckel
Toubab Dialoba

De eerste keer dat ik naar Senegal ging was eind jaren tachtig. Destijds bezocht ik Senegal met mijn toenmalige percussieleraar, Aly N’Diaye Rose. We reisden af naar Dakar, de 8 miljoen inwoners tellende hoofdstad van Senegal. Ik verbleef er een maand. Ik zag er Youssou N’Dour optreden in Theater Sorano en interviewde Baaba Maal, die samen met de blinde zanger/gitarist Mansour Seck traditionele muziek van de Toucouleur uit het noorden van Senegal maakte. “Traditionele muziek is authentiek, haar kleur mag nooit verloren gaan”, zei Baaba Maal toen. Ik leerde er veel over de griots. Dit zijn troubadours die mondeling en via muziek eeuwenoude tradities van generatie op generatie doorgeven. Dergelijke tradities leven voort via trommel ritmes en liederen.

Cascamance, zuiden van Senegal

Ik bezocht destijds ook de regio Casamance in het zuiden van Senegal. Casamance ligt op ruim 450 kilometer van Dakar. Buiten dorpjes met plaggenhutten heeft dit gebied niks gemeen met het westen van Senegal. Het is een groengebied met rivieren waar dolfijnen voorkomen, terwijl het noorden juist woestijnachtig is. Casamance heeft geen zanderig droog landschap, maar uitgestrekte rivieren met veel vertakkingen. Er staan palmbomen op eilandjes in deze rivieren. In Ziguinchor, de hoofdstad van Casamance, hoorde ik voor het eerst het snaarinstrument kora. Later zou ik de Malinese kora-speler Toumani Diabate voor Jazz Magazine interviewen, het mooie instrument zelf gaan spelen en er les over krijgen bij Moussé Dramé, die inmiddels in Amsterdam woont en werkt.

Achtergrond Senegal

Het muziekrijke Senegal is een land met bijna 13 miljoen inwoners. Senegal is sinds 1963 een republiek en is een van de meest democratische landen van Afrika. De huidige president is Macky Sall. De ‘officiële’ spreek -en schrijftaal is Frans. Wolof is echter de meest gesproken taal samen met o.a. Peul, Djola, Bambara. Vijfennegentig procent van de bevolking is moslim, vijf procent is katholiek en protestant.

Senegal kent naast diverse percussie-instrumenten als djembé, sabar, doundoun, tama talking drum, seourouba en bougarabou, ook prachtige melodie-instrumenten als de West-Afrikaanse harp, de 21-snarige kora en de pentatonische balafoon. De bekendste musici zijn Youssou N’Dour en Orchestre Baobab.

Elke etnische groep in Senegal heeft zijn eigen dansen, instrumenten en zang. Zo hebben de Wolof mensen hun intense sabars, springerige dansen en schelle zang. Een andere bevolkingsgroep, de Djola, uiten zich met hun seourouba en bougarabou ritmen en het Bambara volk bespeelt djembé, talking drum en doundoun. En natuurlijk de Afrikaanse dans, zoals bijvoorbeeld de sabar.

Piroque bootje

Djembé Dramé muziekreis

Nu, dertig jaar later, keer ik terug naar Senegal. Dit keer reis ik samen met een groep djembé en Afrikaanse dansleerlingen onder leiding van Moussé en diens Nederlandse vrouw en danseres, Turid Dramé. Zij begonnen in 1999 met Djembé Dramé en hebben deze muziek- en cultuurreis naar Senegal georganiseerd. Moussé geeft veel les en bespeelt diverse West-Afrikaanse instrumenten zoals djembé, sabar (een Senegalese drum die met één hand en één twijg wordt gespeeld), tama (een Senegaleze talking drum) en kora en n’goni (een harpachtig snaarinstrument uit Mali). Turid geeft Afrikaanse danslessen.

Kustdorp Yene Tode

We bezoeken het kustdorp Yene Tode, dat 40 km ten zuiden van Dakar is gelegen. Het dorpje is een al rust en er leven vriendelijke mensen. Yene Tode ligt op loopafstand van het wat meer toeristische Toubab Diallo, waar twee muziek- en dansscholen zijn en veel culturele evenementen worden georganiseerd.

Vrolijke kinderen

Ik maak er strandwandelingen van Yene Tode naar Toubab Diallo. Ook bezoeken we onder leiding van Moussé Dramé het nabij gelegen en noorderlijke vissersdorp Njangal. We wandelen langs de ‘s nachts sterk hoorbare schuimende branding. We zien vissers naar hun kleurrijke en traditionele piroque boten gaan. Terwijl we langs de baobabs struinen, komen kinderen vrolijk naar ons toe. Ze gaan graag op de foto, willen zelfs poseren. Het is indrukwekkend om mee te maken dat ze zo blij zijn met ons bezoek. Waarschijnlijk weten ze al dat we er komen om kennis te maken met de cultuur en de muziek van Senegal. Want er zijn ook groepen afgelopen jaren geweest.

Orchestre Baobab

Er groeien in de omgeving van Dakar veel Baobabs. De takken zijn soms zo dik dat je erop kunt lopen. Een bekende Senegalese groep heet niet voor niets Orchestre Baobab. Deze groep combineert West-Afrikaanse muziek mooi met Afro-Cubaanse muziek. Deze muziekstijl is de basis voor meerdere stijlen zoals de Congolese rumba en Creoolse melodielijnen. Het maakt deze muziek heel bijzonder!

Ritmepatronen Senegal

Tijdens de diverse djembé workshops leren we van Moussé Dramé en de in Senegal wonende percussionisten Tarang Cissokho en Bilal nieuwe ritmes. Hierbij krijgen we de kans daarop te soleren. Dat is een zeer verrijkende ervaring. Ook al heb ik al zoveel djembé ritmes met polyritmische patronen aangeleerd, ik weet dat je nooit uitgeleerd bent. Want elk West-Afrikaans land heeft weer andere djembé ritmepatronen. Zo leren we van Moussé onder andere vier verschillende patronen van het ritme Timini dat ‘welkom’ betekent. Het is een vierkwartsmaat.

Polyritmiek

En drie patronen van het Mendjani ritme dat betrekking heeft op de puberteit. Dit is een 12/8 ritme met ingewikkelde patronen. Het is de bedoeling om bij beide ritmes de vier patronen naast elkaar te kunnen spelen. Dat wordt polyritmiek genoemd en dat geldt voor alle West-Afrikaanse ritmes. Elk ritme heeft ook een call en een break en die leren we ook. Bij beide ritmes leren we eveneens om te zingen.

Schelpeneiland Fadiouth

Per bus rijden we naar het zuidelijker gelegen meer bij visserscentrum Joal. We wandelen daar de 800 meter lange houten brug over naar het dorp Fadiouth en bezoeken een in 1881 gebouwde katholieke kerk en een moskee. Fadiouth is een schelpeneiland waarop christendom en islam vreedzaam samengaan, zelfs op de begraafplaats! Bijzonder aan Fadiouth is dat de meeste inwoners katholiek zijn. Terwijl in Senegal slechts vijf procent van de bevolking katholiek is. De bewoners van Fadiouth leven van de vangst van schelpdieren.

Het is heel mooi wandelen door Fadiouth; door de smalle straatjes met lage stenen huizen in verschillende kleuren die zo anders zijn dan in Nederland. Dat roept op om af en toe stil te staan bij een huis en zo de lokale Senegalese sfeer te proeven.

Zoutmeer Lac Rose

Terug in Yene Tode geeft Tarang Cissokho een klein concert op de kora, begeleidt door Bilal op de kalebas. Later zijn we in Toubab Diallo getuige van een optreden van dansende kinderen. Het is erg leuk om ze te zien dansen op djembé, sabar en doundoun ritmes.

We bezoeken met de auto het zoutmeer Lac Rose dat noordelijk van Yene Tode ligt. Het meer is drie meter diep, waarvan de ene helft uit zout bestaat en andere helft uit water. We gaan met een kano het meer op om te zwemmen en te drijven. Door de hoge zoutconcentratie (300-480 g/l) blijven zwemmers in het water drijven zoals in de Dode Zee. Er wordt door de bevolking aan zoutwinning gedaan bij het meer, waardoor er zoutbergen te zien zijn. We kopen keukenzout om te kunnen gebruiken bij ons eten.

strand-senegal-rik-van-boeckel

Ritmes uit het Mandingue Rijk

In West-Afrikaanse landen worden verschillende djembé ritmes gespeeld. Soms zijn ze hetzelfde, maar met andere patronen. Zo leert Moussé ons ritmes uit Mali en Bilal het Zaouli ritme uit Ivoorkust, terwijl zijn eigen achtergrond in Mauritanië ligt. Dit komt doordat er voor de koloniale tijd er één rijk bestond: het Mandingue rijk. De Fransen, Engelsen en Portugezen hebben met hun koloniën de latere landen gevormd. In interviews met West-Afrikaanse musici kreeg ik te horen dat de verschillen in ritmes vergelijkbaar zijn met verschillende talen of dialecten. Zo heb ik een Matoto ritme uit Guinee geleerd dat in Mali anders wordt gespeeld.

Albinisme in Senegal

Bijzonder is vervolgens het bezoek van albino Mohammed Bamba, die vertelt over albinisme in Afrika en Senegal. Albinisme is een erfelijke aandoening van de huid die veel in Afrika voorkomt. De huid, haren en ogen zijn lichter omdat het lichaam niet genoeg van de kleurstof melanine aanmaakt. Doordat albino’s er anders uit zien, worden ze veelal buitengesloten en leven ze in de schaduw. In sommige Afrikaanse landen worden albino’s zelfs verminkt en vermoord door stropers. Sommige medicijnmannen schijnen regelmatig voor veel geld hun lichaamsdelen als geneesmiddelen te verkopen. Het is een groot probleem.

De Malinese zanger Salif Keita is een bekende albino. De Nederlandse Stichting Albinisme in Afrika (SAA) zet mensen met albinisme in Afrika weer midden in de maatschappij door hen te helpen om zich te beschermen tegen de zon.

slavernij-museum-senegal
Het slavernij museum

Eiland Goreé

Eind jaren tachtig ging ik al naar Gorée, een eiland voor de kust van Dakar. Nu bezoek ik het met de groep opnieuw. Gorée is één van de belangrijkste gedenkplaatsen van de Europese slavenhandel in Afrika. Dit eiland, waar vroeger de slaven werden bijeengebracht en verhandeld door onder meer de Nederlanders, is genoemd naar Goeree-Overflakkee. Schepen van de Zeeuwse en Amsterdamse compagnie voeren vroeger gezamenlijk weg van de kust van Goeree. Bij het eiland Gorée gingen ze voor anker. Toen de zeelui naar het eiland keken, zagen ze dat de vorm van het eiland gelijk was aan dat van Goeree en gaven haar dezelfde naam. Toen het eiland in Franse handen viel, werd de naam veranderd in Gorée. In 1978 plaatste de Unesco het eiland op de wereldlijst van monumenten.

Slavernij Senegal

Wie zich nu op Gorée begeeft, betreedt veel geschiedenis: prachtige gekleurde koloniale woningen, veel bloemen en planten, een strandje en lekker zwemwater. Het autovrije eiland is bereikbaar met de ‘chaloupe’, het kleine bootje waar de kinderen bij aankomst opklimmen en vanaf duiken. Maar ook met een grote boot. Wij reizen per trein vanaf station Bargny naar Dakar en vervolgens per grote boot naar het eiland. Bij aankomst is een foto te zien van Nelson Mandela, die het eiland ooit bezocht.

In het slavernijmuseum wordt het vreselijke verleden heel duidelijk door de uitleg van een gids die vertelt hoe slaven die probeerden te vluchten of werden gedood door bewakers of al zwemmend in zee ten prooi vielen aan haaien. Na dit intense bezoek eten we bij Siga, een Senegalese vrouw die ons heerlijk eten voorschotelt.

Terug in Yene Tode, spelen we op het strand djembé. Ik zit midden tussen de Senegalese percussionisten, terwijl veel lokale meisjes en jongens beginnen te dansen op de geleerde ritmes. Een aantal richt zich op mij en gaat voor mijn neus dansen en nodigen me zo uit te soleren. Dat vind ik een geweldige ervaring. Daarna dansen ze bij Senegalese djembé en doundoun spelers.

Concert voor Senegalees dorp

Na een generale repetitie geven we de laatste avond in Yene Tode een concertje voor het Senegalese dorpspubliek met nieuwe djembé ritmes en dansen die tijdens de reis zijn geleerd. Het ,publiek geniet zichtbaar. Voor onszelf is het bijzonder om te mogen soleren voor het enthousiaste publiek dat luidt applaudisseert. Ook ik ga los in een solo.

Tijdens het spelen komt er soms opeens een Senegalees uit het publiek het podium op om te dansen. Daardoor denk ik terug aan mijn eerste reis, eind jaren 1980, toen Senegalese mannen en vrouwen ook gingen dansen op de toen gespeelde ritmes. Een tijdloos beeld, want dans en muziek zijn verankerd in de West-Afrikaanse cultuur. Het geeft een zeer goed gevoel.

Moderner Senegal

Als je als westerling djembé speelt is het aan te bevelen om naar West-Afrika te gaan, om te voelen en te begrijpen hoe de (djembé) muziek er leeft. En dat geldt zeker ook voor Senegal, dat vergeleken met 30 jaar geleden moderner is geworden en een betere infrastructuur heeft gekregen. Tijdens deze tweede reis door Senegal heb ik weer nieuwe ritmes geleerd. En niets is zo mooi als traditionele muziek spelen met en voor locals op plekken waar die klanken het meest tot leven komen. Favicon

In Muzikale reizen van Portugal naar Finland legt Rik van Boeckel zijn passie voor reizen en muziek vast. In verschillende reisverhalen blikt hij terug op interviews met artiesten, zoals met Portugese fado grootheden als Celeste Rodrigues, Carlos do Carmo, Mariza, Cuca Roseta, Mario Pacheco, Ana Moura, Christina Branco en de opkomende fadozangeres Sara Correia. Ook de fado van de straat en de fado-cafés, waar alle fadista’s beginnen, komen uitgebreid aan bod. 

In het verhaal GlobalLorca vanuit Spanje, Cuba en Buenos Aires naar Zwitserland wordt een muzikale, theatrale poëtische voorstelling over Federico García Lorca beschreven waaraan Van Boeckel als musicus en dichter deelnam. Tijdens zijn muzikale reis over de Kaapverdische eilanden constateert hij hoe de spirit van Cesária Évora daar sterk leeft.

Naast cultuur schrijft Van Boeckel ook over natuurparken in Estland en Letland, gecombineerd met informatie over de Estse muzikante Mari Kalkun. Aan elk reisverhaal zijn gedichten toegevoegd.

Het verhaal over traditionele Finse instrumenten en diens musici, dat in ons eerste magazine stond staat ook in het boek.

Je kunt HIER het verhaal over Finland nog teruglezen.

Uitgeverij: Boekscout | Uitvoering: paperback | pagina’s: 150 | Nederlands | €20,50

boek-muzikale-reizen-rik-van-boeckel

TAGS

Vond je dit artikel leuk? Share it with the world!

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Lees meer verhalen en tips

Deze blog hebben we niet kunnen vinden